|
Stef Kamil Carlens
over de platen die zijn leven veranderd hebben.
'Soms maakt muziek
de vreselijkste dingen in mij los'
Het café aan
de Antwerpse Scheldekaai is zeven dagen op zeven, vierentwintig uur op vierentwintig
open, en het cliënteel ziet eruit alsof het daar al ettelijke jaren
dankbaar gebruik van maakt: stille mannen met kleine oogjes, die pijnlijk
lang mijn kant uitkijken (er is een indringer) of naar de vriesnacht staren.
Soms zeggen ze 'Maria', en dan wordt hun glas volgeschonken. Het is ijzig
stil, tot Stef Kamil Carlens, bekend van dEUS en Moondog Jr., samen met
hond Sammy (die van de hoes van 'Everyday I wear a greasy black feather
on my hat') het pand betreedt. Hij heeft zijn jas nog niet uit, of hij
staat al aan de Wurlitzer te prutsen. 'I ain't got you' van The Blues
Brothers slaat de kilte aan scherven. De bijna geheel uit buik bestaande
toogstutten geven geen kik.
Ik had Carlens gevraagd
een lijst op te stellen van Platen Die Zijn Leven Hebben Veranderd. Er
stond niks van Tom Waits in. 'Ik weet dat je er toch over zult beginnen.
Het is trouwens een onvolledige lijst. Anders zaten we hier morgenavond
nog.'
Stef Kamil Carlens (24): Captain Beefheart had er zeker bij gemogen.
Mijn eerste Beefheart-plaat was 'Trout Mask Replica'. Toen ik met
Tommy (Barman) ging samenwonen, heeft hij die onmiddellijk gepikt. Hij
heeft ze nooit teruggegeven. M'n tweede was 'Blue Jeans & Moonbeams',
meteen de hele andere kant uit. Mijn muzikaal verleden is nogal chaotisch.
Queen: 'News of the
world'
Carlens: 'News
of the world' is een ontzettend belangrijke plaat voor mij geweest.
Door die plaat heb ik een gitaar gekocht. Er staan een paar van hun bekendste
stadionsongs op - 'We will rock you' en 'We are the champions'
- maar ook heel mooie, intieme dingen: 'All dead, all dead', 'Spread
your wings' en 'My Melancholy Blues'. Het was niet mjn eerste
plaat, nee. Dat moet iets van The Village People of de Dolly Dots geweest
zijn (lacht).
Mijn zus, die twee jaar jonger is, was een grote fan van Kiss. Ik was
dol op Queen. Maar we luisterden vaak naar elkaars platen. Ik was bijvoorbeeld
erg onder de indruk van 'Let me go rock 'n' roll', een nummer op
'Alive' van Kiss. En samen hadden we keiharde schrik van 'Get
down and make love' van Queen: een heel raar nummer, met een heel
bizar sfeertje. Het gaat gewoon over vrijen, maar wij kenden geen woord
Engels in die tijd. Het klonk ontzettend schrikwekkend.
Jouw muziek loop
niet bepaald over van Queen-invloeden.
Carlens: Ik vind echt van wel, hoor. Zeker de plaat die we nu met
dEUS aan 't maken zijn. Die is kei-Queen. Tommy zal dat nooit toegeven,
maar Craig is het daarin volledig met mij eens. Ik beeld me dus niet zomaar
iets in.
Wat is dat, kei-Queen?
Carlens: Dat er zoveel verschillende dingen inzitten. En dat het
toch heel herkenbaar blijft. Queen had dat ook: hun muziek was een amalgaam
van verschillende stijlen en genres, maar als je 't hoort weet je onmiddellijk:
dit is Queen. Die gitaar van Brian May, die grootse arrangementen, die
intensiteit... Ik vind dat wij daar dicht bij aanleunen.
Kende je indertijd
de groep achter de muziek? Ging je op zoek naar informatie?
Carlens: Ik wist er niet veel van. Wij mochten niet naar 'TopPop'
kijken, omdat onze pa het nieuws wilde zien. Alleen als we lang bleven
zagen, mocht de TV wel 'ns op Nederland. Mijn pa kon geen Engelstalige
muziek verdragen. Nu trouwens nog altijd niet. Ik ben dus pas veel later
dingen over die groepen te weten gekomen. Ik weet pas sinds vorig jaar
dat Freddy Mercury een homo was. Het is, vind ik, niet zo belangrijk.
Ik hou gewoon van de muziek. En van de figuur Mercury. Die man hàd
het gewoon. Hij kon doen wat hij wilde. Die laatste Queen-cd vind ik niet
bepaald goed, maar toch raakt hij mij.
Ik was wel aangegrepen door Mercury's dood, maar om te zeggen dat ik er
het hart van in was... Nee. De laatste tijd raakt àlles me, veel
te hard. Dat is erg vervelend. (Stilte) Ik vond Freddy Mercury
een ongelooflijk moedig mens. Hij durfde verwijfd doen, hij is erin geslaagd
zin vrouwelijke kant door het grote publiek te laten aanvaarden, doordat
hij zo'n goeie muziek maakte. Dat is prachtig.
Vlak na Queen kwamen:
Iron Maiden, The
Exploited, Poison Girls, G.B.H.
Wat boeide je
in Iron Maiden?
Carlens: Dat beest, Eddy. Dat vond ik gaaf. Ik tekende het
altijd na. Ik was dol op de hoes van 'Killers'. Nu kan ik geen
hardrock meer verdragen. Ik vind Iron Maiden belachelijk. Vooral als je
weet waar ze vandaan komen: zo'n suf land als Engeland. Dat had ik met
Queen ook: toen ik voor het eerst in Engeland kwam, in de buurt van Brighton,
kon ik maar niet geloven dat al die sexy muziek in die afschuwelijke omgeving
gemaakt werd, in die saaie plattelandsdorpjes en die grijze industriesteden.
Het was een schok voor mij. Misschen is het normaal, hè? Misschien
proberen mensen via de muziek aan die grijsheid te ontsnappen. Anderzijds:
als je naar Bob Marley luistert, zié je zijn landschappen. Zijn
songs zijn aquarellen.
't is iets mysterieus, muziek. Je kunt er zoveel in zien en ontdekken,
jezelf erin verliezen, in die geluiden, die sferen... Ik vind het jammer
dat ik nu weet hoe muziek gemaakt wordt, en hoe die effecten in elkaar
worden geknutseld. Vroeger zat ik me voortdurend af te vragen: wat is
dàt weer voor een geluid? Nu weet ik dat het gewoon een technisch
kunstje is.
het is een rotvak,
muzikant.
Carlens (ernstig): In zekere zin wel, ja. Je verliest er
veel door. Technisch onderlegd worden is een vervelend bijverschijnsel
van muziek maken. Het is informatie die mijn leven bezoedelt. Ik wil het
allemaal vergeten, en het alleen weten als ik het ècht nodig heb;
in de studio. Soms lukt dat, hoor. Als je klaar bent met opnemen, blijf
je nog een tijdje op een verkeerde manier naar muziek luisteren. Je bent
nog altijd aan 't mixen. Maar dat slijt na een tijd. Ook bij je eigen
platen.
Tom en Benjamin van Moondog Jr. hebben allebei een perfect gehoor. Die
kerels hóren noten. Ze zijn klassiek geschoold, en ze vinden het
allebei rotvervelend. Ze weten meteen wat er gespeeld wordt. Ik niet.
Als ik een riff hoor, kan ik nog denken: wow, da's ongelooflijk!
Ik heb soms uren nodig om iets te kunnen naspelen. Tom en Benjamin kunnen
dat onmiddellijk.
Vind je 't niet
lastig om met zulke mensen samen te werken?
Carlens: Integendeel. het is vooral heel praktisch. Ik zing iets
voor, en ze zijn er direct mee weg. Ik zoek steun in hun geschooldheid,
en zij in mijn ongeschooldheid. We zijn complementair. Ik wil niet worden
zoals zij. Het beste is gewoon te spelen, vind ik. Zoals Tommy: die kan
NIKS naspelen. Het duurt altijd ontzettend lang met hem erbij. Maar hij
doet wel toffe dingen.
Ik probeer zo weinig mogelijk over muziek na te denken. Dat wordt steeds
moeilijker, omdat je al zoveel dingen hebt gehoord en gespeeld. Ik weet
te veel. Daarom was Moondog Jr. zo'n leuke, frisse afwisseling. Maar da's
dan weer... (twijfelt).
Zeg het maar.
Carlens: Ik vind 'Everyday...' geen goeie plaat. Toen ze net af
was, was ik er heel tevreden over. Maar ze is afgebrokkeld. Ik luister
er doorheen. Ik vind ze doorschijnend. Sommige ritmes en snelheden zitten
niet goed, de toonaard is niet je dat, ik hoor slechte accenten in mijn
stem. De plaat had in 't algemeen wat gedurfder gemogen. Maar bon: ik
heb 'Worst Case Scenario' óók heel lang een slechte
plaat gevonden. Dat kwam doordat we te veel hadden opgetreden. Nu vind
ik het weer een keigoeie plaat.
dEUS heeft het
knap lastig gehad met de keuze van een producer voor de volgende cd.
Carlens: Het is een race tussen Eric Feldman (ex-Beefheart, ex-Frank
Black) en Mark Sandman (Morphine) geworden. Bij Island waren ze er niet
gerust in. Het laatste wat we hadden afgeleverd, was 'My sister = My
clock', en ze vreesden dat de volgende plaat dezelfde richting zou
uitgaan. Ze hebben ons zelfs Brian Eno als producer voorgesteld. Maar
we doen toch lekker onze zin.
Ik kreeg daarnet nog telefoon van Mark Sandman. Morphine trekt elk jaar
met Kerstmis een weekje de studio in, om een nieuwe plaat op te nemen.
Ze was bijna klaar, zei hij: stel je voor: in vijf dagen. Sandman is een
beetje een showgast, hè. Net Peter Vermeersch. Het zijn sportmannen:
ze werken om ter snelst. Vermeersch vindt het niet te doen dat wij veertig
dagen studio willen boeken. 'Wat gaan jullie daar in vredesnaam de hele
tijd doén?' (lacht).
Alles van AC/DC
Carlens: Uit
welk nummer komt dat zinnetje ook alweer? 'You stuck my picture on
you bedroom wall / Next to Gary Glitter'. Helemaal AC/DC. Een schitterende
groep, volgens mij. Nummers als 'What's next to the moon', 'Shot
down in flames' en 'Highway to hell' hebben op mij dezelfde
uitwerking als de muziek van Bob Marley: ze maken iets positiefs in me
wakker. Tien jaar geleden speelde ik met drie vrienden in een groepje,
en we hielden allemaal evenveel van AC/DC. We speelden géén
hardrock, verre van, maar die liefde hadden we gemeen. Tegen AC/DC is
niks te beginnen. Je kunt er niks tegen doen. Die teksten zijn fantastisch,
de ritmesectie is bangelijk, het groovet alle kanten uit. Hardrock
is over 't algemeen heel achterlijke muziek: de meeste hardrockers denken
niet na, ze hangen maar de macho uit. AC/DC is anders. Het is net als
sommige bluesmuzikanten: het is heel pure muziek, ze overstijgt alles.
Een Australische vriend heeft me ooit 'ns verteld dat AC/DC, voor ze in
Europa en Amerika doorbraken, in Australië werden weggelachen. Blijkbaar
zagen ze er de humor niet van iun. Want AC/DC: dat is humor. Ze durven
om zichzelf te lachen. Ze relativeren zichzelf. Dat zijn heel zeldzame
eigenschappen in dat genre.
Wat is het eerste
nummer dat je ooit hebt nagespeeld?
Carlens: 'Ob-La-Di Ob-La-Da' van The Beatles. En daarna
'Yellow Submarine'. Ik ben niet zo lang blijven naspelen. Toen
ik een paar akkoorden kende, ben ik begonnen met nummers schrijven. Mijn
eerste song heette 'If they were born'. Een liedje over hoe muzikanten
heel andere liedjes zouden zingen, als ze in mijn tijd geboren waren.
Een heel stom liedje. Maar we waren heel serieus met ons groepje bezig.
We repeteerden bij de grootmoeder van twee van de groepsleden, twee broers.
Het was enorm gezellig. Het was een goeie tijd.
Mis je die soms?
Carlens: Nee. Om de eenvoudige reden dat het nog altijd hetzelfde
is. We geloofden toen ook keihard in onze muziek. Het was even hardcore
als dEUS en Moondog Jr.
Dieter, onze gitarist van toen, is de enige die nog met muziek bezig is.
Hij schrijft in het Antwerps. Hij heeft enorm veel talent, maar hij is
getrouwd (lachje). Sven speelt niet meer. En Jurgen, mijn bloedbroeder,
is een echte hardrocker geworden. Hij is vier jaar jonger dan ik, maar
hij heeft zo'n baard, hij is echt een beer van een vent.
We zijn uiteengegroeid. Ik ben er volle kracht tegenaan gegaan. Ik wist
wat ik wilde. Ik wist dat muziek maken mijn leven was, zelfs toen ik tien
jaar was. Toen zat ik op mijn kamertje op een tennisracket te spelen,
en bouwde ik luidsprekers na uit kartonen dozen. Toen ik veertien was,
ben ik er echt aan begonnen. Ik wist niks van de bizz, of van platen maken,
ik wilde gewoon op straat spelen. Ik had het nodig.
Ik ben nog geen haar veranderd. Ik heb nu bijna een maand niet meer opgetreden,
en ik voel me heel raar. Ik heb het keihard nodig. De aandacht, ja. Als
ik die niet krijg, voel ik me slecht. Ik heb een enorme geldingsdrang.
Ik vind wat ik doe belangrijk. Er zijn er niet zoveel die dit kunnen.
Ik verdien mijn plaatsje wel, vind ik, in die grote muziekwereld.
Ben je muziek
beginnen maken om te scoren bij de meisjes?
Carlens: Nee. Het is iets... voor mezelf. Er zijn van die dingen
waar je niet over praat, zelfs niet als jongens onder elkaar, dingen die
helemaal van jezelf zijn... Iets magisch. Daarom maak ik muziek. Om mezelf
in iets te kunnen verliezen. Om een wereldje te hebben, dat ik zelf maak
en dat helemaal van mij is. Een buitenstaander zal nooit weten hoe het
in dat wereldje toegaat. Hij kan hooguit een glimp opvangen, of een voetje
tusen de deur steken. Ik hoop dat dat geberut: dat iemand naar mijn muziek
luistert, en een héél klein beetje deelachtig kan worden aan
mijn wereldje.
Is het een vlucht
uit de werkelijkheid?
Carlens: Misschien wel. Angst heeft er zeker iets mee te maken.
Angst om te leven. Misschien is het precies die angst die mij voortjaagt,
die mij sneller en sneller doet gaan. De angst om stil te vallen.
En toch voel ik me niet zo goed, de laatste tijd. Ik vind mijn plekje
niet. Misschien ben ik de pedalen kwijt, ben ik te lang op reis geweest,
heb ik te weinig rustpunten gehad. Ik rust nooit. In niets. Ik werk hard
aanm ijn lichaam, en ook daarin ken ik geen maat. Vorige week ben ik te
ver gegaan. Mijn linkerarm is naar de vaantjes.
Het is een vicieuze cirkel. Als je muziek maakt, moét je véél
muziek maken. Want je verdient er weinig mee. En als je in groepen speelt,
zijn er een heleboel andere mensen die je nodig hebben om muziek te kunnen
maken. Veel mensen denken dat wij stinkend rijk zijn. Dat is een groot
misverstand. We hebben wel wat verdiend, we krijgen een maandloon uitbetaald,
en dat geeft een veilig gevoel. Ik heb zelfs een contrabas kunnen kopen.
Maar we houden er echt geen fortuinen aan over.
We hadden met dEUS veel meer kunnen verdienen. We hadden België kunnen
platspelen, we hadden op een aantal lucratieve aanbiedingen kunnen ingaan.
Maar dan hadden we niet meer bestaan. Dan had ik niet meer in de spiegel
durven kijken.
Wannes Van De Velde:
'De kleuren van de steden'
Je hebt daarnet
'King Creole' van Elvis op de jukebox gedrukt. Ben je een Presley-fan?
Carlens: Een heel grote, zelfs. Luister 'ns naar die arrangementen,
die koortjes... Da's allemaal perfect gedaan. Dat kunnen ze vandaag de
dag niet meer. Zo'n harmonieën... Dat kan zelfs Neilke Young
niet. Er is veel minder ambacht. Minder techniek, minder stembeheersing.
Hoeveel kost een elektrische gitaar? Vijfduizend frank. Iedereen die er
een wil, kan er een kopen. Je leert een paar akkoorden, en je bent vertrokken.
De lat ligt veel lager dan voeger. 't Is allemaal de schuld van Bob Dylan
(lacht).
Dat vind ik zo goed aan Wannes Van De Velde: die kerel zet nummers neer,
met een techniek en een arrangement en een stembeheersing... ongelofelijk.
Ik heb hem nog niet zo lang geleden ontdekt. Ik ben hem nog aan 't leren
kennen.
In hun glorietijd was ik een grote Doe Maar-fan. Ik had zelfs mijn schoolboeken
gekaft met Doe Maar-papier. Mijn kamer hing vol posters. Die Henny Vrienten
heb ik altijd een ongelofelijke kerel gevonden. Da's de Nederlandse Keith
Richards. Een keigrave gast, met zijn oorbel, zijn haar omhoog, zijn staartje.
Ik zat toen op Sint-Jan in Merksem, en alle jongens droegen zo'n staartje.
Dat mocht niet van de directie, dus liep iedereen met opgezette kraag
rond.
Om bij Wannes Van De Velde te blijven: hij is een folkzanger, maar hij
vertelt geen onzin, hè. Hij houdt een bepaalde waarde recht die
nooit verloren mag gaan: hij maakt Nederlandstalige poëzie op prachtige
muziek.
Palace Brothers:
'Hope'
Bob Marley & the Wailers: 'Confrontation'
Carlens: Ik heb
Will Oldham van de Palace Brothers vorig jaar in Londen zien optreden. Ik
werd gewoon van m'n sokken geblazen. Ik heb zelden een muzikant met zo'n
présence gezien. Zijn muziek is ongelooflijk gevoelig. Hij gaat enorm
diep. Zo diep dat ik hem soms met moeite kan volgen. Ik begrijp veel van
zijn nummers niet.
Ik heb 'Hope' allang niet meer gedraaid. De laatste keer was een
paar maanden geleden, op een heel moeilijk, emotioneel moment. Ik heb ze
moeten afzetten. Ik kon er niet tegen. Het zit 'm allemaal in de sfeer van
de muziek. Zo donker, zo triest. Mijn vriendin verstaat geen woord Engels,
maar ze wordt ontzettend verdrietig van de Palace Brothers. Ze kan het niet
verdragen.
Muziek kan heel afschrikwekkend zijn. Sommige muziek maakt de vreselijkste
dingen in mij los. Ik heb bijna alle platen van Nick Cave, maar ik draai
ze bijna nooit. Het is te gevaarlijk. Ik vind het prachtig, maar ik word
er ziek van. Ik begin ervan te zuipen. Met sommige platen moet ik heel voorzichtig
omspringen. Ze maken me kapot.
Ik herinner me dat ik vorige zomer in een neerslachtige bui een hele dag
naar 'Hallelujah' van Jeff Buckley heb zitten luisteren. Ik was er
niet goed van. Maar ik had behoefte aan een bevestiging van mijn ellende.
Het lost niets op, het maakt het hooguit wat draaglijker. Maar zelfs dat
wordt moeilijker. Henry Rollins blijft voortaan ook in de kast. Die woede,
die agressie... Ik vind het prachtig, maar ik kan er beter afblijven.
Vroeger kon het me allemaal niet zoveel schelen. Nu gebeurt het dat ik door
het kleinste detail diep in mijn hart word geraakt. Het is heel vervelend.
Ik hoop dat het overgaat. Het is niet gezond. Ik voel me de laatste tijd
constant naakt, constant kwetsbaar. Bij het minste word ik verdrietig. Het
is moeilijk uit te leggen. Ik maak een lastige periode door.
William Burroughs:
'Spare ass Annie & other tales'
Carlens: Schitterende
plaat. Heel cynisch, maar heel grappig. Een uitstekend verteller. De figuur
Burroughs interesseert me niet zo: ik hou niet van mensen die proberen
met allerlei drugs hun gevoelens te controleren. Dat kun je met dope,
zeer zeker, als je ermee overweg kunt en er genoeg geld voor hebt. Dan
kun je op een bijna wetenschappelijke manier met je gevoelens bezig zijn.
Maar daar heb ik geen bewondering voor.
Iedereen probeert zijn gevoelens op één of andere manier onder
controle te krijgen. Ik ook. Maar ik doe het niet met drugs, en ook niet
met muziek. Wel door lichaamstraining, door meditatie. Zo kun je je lichaam
echt leren kennen. Ik hou me bezig met Taoïsme. Boeddhisme. Zen.
Muziek is een
gevaarlijk goedje, je moet er afstand van nemen, ze helpt je niet, ze
maakt je onbevangenheid stuk... Maar je bent er wel dag en nacht mee bezig.
Carlens: Muziek is... niet zo goed, nee. Muziek is ook spektakel,
en dat is helemaal niks voor mij. Ik bedoel: de mensen willen zien hoe
ver je gaat. Met je stem, je instrumenten, je show, je emoties. Dat trekt
de mensen aan. Maar dat is niet hoe IK ben. Ik kan niet zo ver gaan. Ik
heb er de energie en de moed niet voor. (Stilte). Ik zou er op
een dag mee willen stoppen. Dat is moeilijk, want ik doe het heel graag.
Het is mijn leven, maar eigenlijk weet ik niet of dat leven... (Stilte)...
Het is een vreselijke dualiteit. Zoals alles. Ik weet niet zo goed wat
ik moet doen. Soms denk ik dat ik een gezin wil. Kinderen. Anderzijds
denk ik: Carlens, jij gaat met je verwarde kop toch geen kinderen maken!
En die dan ook nog 'ns opvoeden, zodat zij ook nog eens in de war geraken.
En de wereld gaat er ook niet op vooruit... Ik weet het niet goed.
Mike Scott: 'Bring
'em all in'
Carlens: Je
hebt het niet in de hand, hè. Je leven wordt niet helemaal bepaald
door wat je zelf wilt. Je kiest niet altijd zelf waar je terechtkomt.
Dat gevoel heb ik heel sterk: dat ik me moet laten meedrijven, dat ik
geen controle heb over de koers die ik vaar. Onlangs werd me gevraagd
om een soort nieuwjaarsbrief te schrijven, met mijn voornemens en wensen
voor 1996. Ik had geschreven: 'Ik zou in '96 graag iedere zin achterstevoren
zeggen.' Omdat ik bij het begin van een zin nooit weet hoe hij zal eindigen.
Zo is het met al mijn initiatieven: ik weet nooit waar ik ga uitkomen.
Dat geldt voor mijn gedachten, mijn daden, èn mijn muziek. Muziek
maken is voor mij nog altijd zoeken.
Daarom hou ik zo van 'Bring 'em all in' van Mike Scott: omdat je
die kerel echt kunt volgen in zijn zoektocht, zijn mens-worden. Hij geeft
zichzelf op die plaat ontzettend bloot. Hij vertelt ieder detail. Ik vind
het bijzonder boeiend. Niet uit voyeurisme, maar omdat ik zelf ook op
zoek ben. Als je niet weet hoe je een gerecht moet klaarmaken, kijk je
in een kookboek. Als je niet weet hoe je moet leven, lees je boeken of
luister je naar platen, ga je op zoek naar andere dingen die je kunnen
helpen.
Maar dan nog: je kiest en bepaalt niet alles zelf. Dana (Colley) van Morphine
vertelde me onlangs dat hij problemen had met zijn lief - zoals bijna
alle muzikanten, want wij zijn nooit thuis. Hij zei: 't is vreemd, want
ik heb nooit beslist om hier te zijn, ik heb nooit in mijn leven beslist
dat ik de saxofonist van Morphine zou worden. Ik heb precies hetzelfde
gevoel: ik heb nooit beslist om bij dEUS te gaan spelen. Ik heb Tommy
leren kennen, zijn gitarist ging weg, en ik heb gezegd: ik vervang hem
wel even, maar niet te lang, want ik heb mijn eigen groep. En nu, vijf
jaar later, ben ik er nog altijd bij. Terwijl het eigenlijk helemaal niet
mijn bedoeling was. Het was allemaal zuiver toeval.
Een gelukkig
toeval?
Carlens: Nu wel. Maar ik heb me er dikwijls doodongelukkig bij
gevoeld. Ik wil er niet over uitweiden. Ik wil er zelfs niet aan terugdenken.
Alles gaat nu goed tussen Tommy en mij.
Alles van Tom Waits
Prince: 'Sign O' The Times', 'The Gold Experience'
Een vraag tussendoor:
heb je haatplaten?
Carlens: Ik kan absoluut niet tegen house. Ik word er zenuwachtig
van, en ik bèn al zo ongelooflijk zenuwachtig. Voor de rest... Ik
heb geen TV, de radio staat zelden op, dus de muziek waar ik naar luister
kies ik meestal echt zelf. Ik luister alleen naar de radio op momenten
dat er een plaat of een single van ons uitkomt, om te horen of we gedraaid
worden. En dan mis ik het altijd. Iedereen zegt: 'Ze draaien uw plaat
zot', en ik heb het nog nooit gehoord.
Tom Waits.
Carlens: Ik heb Waits leren kennen via de broer van de drummer
van Moondog Jr. Hij heeft me zo'n vijf jaar geleden een cassette gegeven
met 'Closing time' erop. Daarvoor had ik nog nooit van Tom Waits
gehoord. Daarna heb ik 'Franks Wild Years' gekocht, en ben ik zijn
hele repertoire beginnen uitspitten. Tom Waits is een van mijn grote helden.
Hij is een grave gast. Ik wilde echt zoals hij zijn. Ik wil Tom
Waits zijn. Dat is altijd al mijn grootste drijfveer geweest: iemand anders
willen zijn. Als ik mijn lichaamsoefeningen doe, zet ik een film van Jean-Claude
Van Damme op. Anders kan ik het niet.
Kun je je voorstellen
dat er mensen zijn die zoals jij willen zijn?
Carlens: Nee. Ik probéér me dat ook niet voor te stellen.
Ik kan het niet. Ik ben er te jong voor, denk ik (lacht). Wat ik
wèl merk, is dat wij met dEUS een aantal grenzen hebben verlegd.
Er wordt naar veel méér muziek, naar veel àndere muziek
geluisterd dan vroeger. Ik ben er voor honderd procent zeker van dat dat
dankzij ons is. Wat nu op de markt komt, was er niet vóór
wij er waren. Dat klinkt misschien pretentieus, maar ik denk echt dat
wij op dat vlak iets teweeg gebracht hebben. Dat wil niet zeggen dat wij
de dragers van de steen der wijzen zouden zijn. Het is gewoon één
van die toevalligheden.
Wat zou je tegen
Tom Waits zeggen, als je hem zou ontmoeten?
Carlens: Niks. Ik heb anderhalve maand met Michael Blair in een
kamer gezeten - Blair heeft drie platen met Waits gemaakt en is met hem
op tournee geweest - en ik wist echt niet wat te vragen. Hij heeft één
keer verteld dat ze tijdens een tournee samen ziek zijn geweest. Dat vond
ik echt schattig. Ik had me mijn held nog nooit ziek voorgesteld. 't Is
raar, als je bedenkt wat voor mythische proporties zo'n mensen krijgen.
Kun je je Prince op de WC voorstellen? Die gààt niet naar
de WC. Dat kàn niet. Dat is een god. Prince eet ook niet. Zie je
hem al een pak frieten eten?
* * *
1996 wordt een spannend
dEUS-jaar. Wat zou het voor jou ècht geslaagd maken?
Carlens: Dat we goeie vrienden blijven en er zelfs nog betere worden.
Op tournee is dat helemaal niet evident. Thuis wel: dan zit iedereen veilig
in z'n eigen territorium. De tournee die we dit jaar gaan doen, is de zwaarste
uit onze carrière. Het wordt een lange, slopende onderneming. We gaan
tot in Amerika. Ik hoop dat het goed zal gaan.
En dat de plaat goed wordt. We hebben al een heleboel songs klaar, en 't
klinkt echt heel erg goed, vind ik. En voor mijzelf: dat het allemaal niet
te veel aan mijn leven knaagt. Maar dat hoef ik niet te wensen. Daar moet
ik gewoon iets aan doen. |