media

go to the media index

About INTERVIEW WITH SKC
Source HUMO
Issue/date 16th January 1996
Author Marnix Peeters
transcribed by PAUL VAN GORP

Please e-mail me if you can provide a translation for this text

Stef Kamil Carlens over de platen die zijn leven veranderd hebben.

'Soms maakt muziek de vreselijkste dingen in mij los'

Het café aan de Antwerpse Scheldekaai is zeven dagen op zeven, vierentwintig uur op vierentwintig open, en het cliënteel ziet eruit alsof het daar al ettelijke jaren dankbaar gebruik van maakt: stille mannen met kleine oogjes, die pijnlijk lang mijn kant uitkijken (er is een indringer) of naar de vriesnacht staren. Soms zeggen ze 'Maria', en dan wordt hun glas volgeschonken. Het is ijzig stil, tot Stef Kamil Carlens, bekend van dEUS en Moondog Jr., samen met hond Sammy (die van de hoes van 'Everyday I wear a greasy black feather on my hat') het pand betreedt. Hij heeft zijn jas nog niet uit, of hij staat al aan de Wurlitzer te prutsen. 'I ain't got you' van The Blues Brothers slaat de kilte aan scherven. De bijna geheel uit buik bestaande toogstutten geven geen kik.

Ik had Carlens gevraagd een lijst op te stellen van Platen Die Zijn Leven Hebben Veranderd. Er stond niks van Tom Waits in. 'Ik weet dat je er toch over zult beginnen. Het is trouwens een onvolledige lijst. Anders zaten we hier morgenavond nog.'
Stef Kamil Carlens (24): Captain Beefheart had er zeker bij gemogen. Mijn eerste Beefheart-plaat was 'Trout Mask Replica'. Toen ik met Tommy (Barman) ging samenwonen, heeft hij die onmiddellijk gepikt. Hij heeft ze nooit teruggegeven. M'n tweede was 'Blue Jeans & Moonbeams', meteen de hele andere kant uit. Mijn muzikaal verleden is nogal chaotisch.

Queen: 'News of the world'

Carlens: 'News of the world' is een ontzettend belangrijke plaat voor mij geweest. Door die plaat heb ik een gitaar gekocht. Er staan een paar van hun bekendste stadionsongs op - 'We will rock you' en 'We are the champions' - maar ook heel mooie, intieme dingen: 'All dead, all dead', 'Spread your wings' en 'My Melancholy Blues'. Het was niet mjn eerste plaat, nee. Dat moet iets van The Village People of de Dolly Dots geweest zijn (lacht).
Mijn zus, die twee jaar jonger is, was een grote fan van Kiss. Ik was dol op Queen. Maar we luisterden vaak naar elkaars platen. Ik was bijvoorbeeld erg onder de indruk van 'Let me go rock 'n' roll', een nummer op 'Alive' van Kiss. En samen hadden we keiharde schrik van 'Get down and make love' van Queen: een heel raar nummer, met een heel bizar sfeertje. Het gaat gewoon over vrijen, maar wij kenden geen woord Engels in die tijd. Het klonk ontzettend schrikwekkend.

Jouw muziek loop niet bepaald over van Queen-invloeden.
Carlens: Ik vind echt van wel, hoor. Zeker de plaat die we nu met dEUS aan 't maken zijn. Die is kei-Queen. Tommy zal dat nooit toegeven, maar Craig is het daarin volledig met mij eens. Ik beeld me dus niet zomaar iets in.

Wat is dat, kei-Queen?
Carlens: Dat er zoveel verschillende dingen inzitten. En dat het toch heel herkenbaar blijft. Queen had dat ook: hun muziek was een amalgaam van verschillende stijlen en genres, maar als je 't hoort weet je onmiddellijk: dit is Queen. Die gitaar van Brian May, die grootse arrangementen, die intensiteit... Ik vind dat wij daar dicht bij aanleunen.

Kende je indertijd de groep achter de muziek? Ging je op zoek naar informatie?
Carlens: Ik wist er niet veel van. Wij mochten niet naar 'TopPop' kijken, omdat onze pa het nieuws wilde zien. Alleen als we lang bleven zagen, mocht de TV wel 'ns op Nederland. Mijn pa kon geen Engelstalige muziek verdragen. Nu trouwens nog altijd niet. Ik ben dus pas veel later dingen over die groepen te weten gekomen. Ik weet pas sinds vorig jaar dat Freddy Mercury een homo was. Het is, vind ik, niet zo belangrijk. Ik hou gewoon van de muziek. En van de figuur Mercury. Die man hàd het gewoon. Hij kon doen wat hij wilde. Die laatste Queen-cd vind ik niet bepaald goed, maar toch raakt hij mij.
Ik was wel aangegrepen door Mercury's dood, maar om te zeggen dat ik er het hart van in was... Nee. De laatste tijd raakt àlles me, veel te hard. Dat is erg vervelend. (Stilte) Ik vond Freddy Mercury een ongelooflijk moedig mens. Hij durfde verwijfd doen, hij is erin geslaagd zin vrouwelijke kant door het grote publiek te laten aanvaarden, doordat hij zo'n goeie muziek maakte. Dat is prachtig.
Vlak na Queen kwamen:

Iron Maiden, The Exploited, Poison Girls, G.B.H.

Wat boeide je in Iron Maiden?
Carlens: Dat beest, Eddy. Dat vond ik gaaf. Ik tekende het altijd na. Ik was dol op de hoes van 'Killers'. Nu kan ik geen hardrock meer verdragen. Ik vind Iron Maiden belachelijk. Vooral als je weet waar ze vandaan komen: zo'n suf land als Engeland. Dat had ik met Queen ook: toen ik voor het eerst in Engeland kwam, in de buurt van Brighton, kon ik maar niet geloven dat al die sexy muziek in die afschuwelijke omgeving gemaakt werd, in die saaie plattelandsdorpjes en die grijze industriesteden. Het was een schok voor mij. Misschen is het normaal, hè? Misschien proberen mensen via de muziek aan die grijsheid te ontsnappen. Anderzijds: als je naar Bob Marley luistert, zié je zijn landschappen. Zijn songs zijn aquarellen.
't is iets mysterieus, muziek. Je kunt er zoveel in zien en ontdekken, jezelf erin verliezen, in die geluiden, die sferen... Ik vind het jammer dat ik nu weet hoe muziek gemaakt wordt, en hoe die effecten in elkaar worden geknutseld. Vroeger zat ik me voortdurend af te vragen: wat is dàt weer voor een geluid? Nu weet ik dat het gewoon een technisch kunstje is.

het is een rotvak, muzikant.
Carlens (ernstig): In zekere zin wel, ja. Je verliest er veel door. Technisch onderlegd worden is een vervelend bijverschijnsel van muziek maken. Het is informatie die mijn leven bezoedelt. Ik wil het allemaal vergeten, en het alleen weten als ik het ècht nodig heb; in de studio. Soms lukt dat, hoor. Als je klaar bent met opnemen, blijf je nog een tijdje op een verkeerde manier naar muziek luisteren. Je bent nog altijd aan 't mixen. Maar dat slijt na een tijd. Ook bij je eigen platen.
Tom en Benjamin van Moondog Jr. hebben allebei een perfect gehoor. Die kerels hóren noten. Ze zijn klassiek geschoold, en ze vinden het allebei rotvervelend. Ze weten meteen wat er gespeeld wordt. Ik niet. Als ik een riff hoor, kan ik nog denken: wow, da's ongelooflijk! Ik heb soms uren nodig om iets te kunnen naspelen. Tom en Benjamin kunnen dat onmiddellijk.

Vind je 't niet lastig om met zulke mensen samen te werken?
Carlens: Integendeel. het is vooral heel praktisch. Ik zing iets voor, en ze zijn er direct mee weg. Ik zoek steun in hun geschooldheid, en zij in mijn ongeschooldheid. We zijn complementair. Ik wil niet worden zoals zij. Het beste is gewoon te spelen, vind ik. Zoals Tommy: die kan NIKS naspelen. Het duurt altijd ontzettend lang met hem erbij. Maar hij doet wel toffe dingen.
Ik probeer zo weinig mogelijk over muziek na te denken. Dat wordt steeds moeilijker, omdat je al zoveel dingen hebt gehoord en gespeeld. Ik weet te veel. Daarom was Moondog Jr. zo'n leuke, frisse afwisseling. Maar da's dan weer... (twijfelt).

Zeg het maar.
Carlens: Ik vind 'Everyday...' geen goeie plaat. Toen ze net af was, was ik er heel tevreden over. Maar ze is afgebrokkeld. Ik luister er doorheen. Ik vind ze doorschijnend. Sommige ritmes en snelheden zitten niet goed, de toonaard is niet je dat, ik hoor slechte accenten in mijn stem. De plaat had in 't algemeen wat gedurfder gemogen. Maar bon: ik heb 'Worst Case Scenario' óók heel lang een slechte plaat gevonden. Dat kwam doordat we te veel hadden opgetreden. Nu vind ik het weer een keigoeie plaat.

dEUS heeft het knap lastig gehad met de keuze van een producer voor de volgende cd.
Carlens: Het is een race tussen Eric Feldman (ex-Beefheart, ex-Frank Black) en Mark Sandman (Morphine) geworden. Bij Island waren ze er niet gerust in. Het laatste wat we hadden afgeleverd, was 'My sister = My clock', en ze vreesden dat de volgende plaat dezelfde richting zou uitgaan. Ze hebben ons zelfs Brian Eno als producer voorgesteld. Maar we doen toch lekker onze zin.
Ik kreeg daarnet nog telefoon van Mark Sandman. Morphine trekt elk jaar met Kerstmis een weekje de studio in, om een nieuwe plaat op te nemen. Ze was bijna klaar, zei hij: stel je voor: in vijf dagen. Sandman is een beetje een showgast, hè. Net Peter Vermeersch. Het zijn sportmannen: ze werken om ter snelst. Vermeersch vindt het niet te doen dat wij veertig dagen studio willen boeken. 'Wat gaan jullie daar in vredesnaam de hele tijd doén?' (lacht).

Alles van AC/DC

Carlens: Uit welk nummer komt dat zinnetje ook alweer? 'You stuck my picture on you bedroom wall / Next to Gary Glitter'. Helemaal AC/DC. Een schitterende groep, volgens mij. Nummers als 'What's next to the moon', 'Shot down in flames' en 'Highway to hell' hebben op mij dezelfde uitwerking als de muziek van Bob Marley: ze maken iets positiefs in me wakker. Tien jaar geleden speelde ik met drie vrienden in een groepje, en we hielden allemaal evenveel van AC/DC. We speelden géén hardrock, verre van, maar die liefde hadden we gemeen. Tegen AC/DC is niks te beginnen. Je kunt er niks tegen doen. Die teksten zijn fantastisch, de ritmesectie is bangelijk, het groovet alle kanten uit. Hardrock is over 't algemeen heel achterlijke muziek: de meeste hardrockers denken niet na, ze hangen maar de macho uit. AC/DC is anders. Het is net als sommige bluesmuzikanten: het is heel pure muziek, ze overstijgt alles. Een Australische vriend heeft me ooit 'ns verteld dat AC/DC, voor ze in Europa en Amerika doorbraken, in Australië werden weggelachen. Blijkbaar zagen ze er de humor niet van iun. Want AC/DC: dat is humor. Ze durven om zichzelf te lachen. Ze relativeren zichzelf. Dat zijn heel zeldzame eigenschappen in dat genre.

Wat is het eerste nummer dat je ooit hebt nagespeeld?
Carlens: 'Ob-La-Di Ob-La-Da' van The Beatles. En daarna 'Yellow Submarine'. Ik ben niet zo lang blijven naspelen. Toen ik een paar akkoorden kende, ben ik begonnen met nummers schrijven. Mijn eerste song heette 'If they were born'. Een liedje over hoe muzikanten heel andere liedjes zouden zingen, als ze in mijn tijd geboren waren. Een heel stom liedje. Maar we waren heel serieus met ons groepje bezig. We repeteerden bij de grootmoeder van twee van de groepsleden, twee broers. Het was enorm gezellig. Het was een goeie tijd.

Mis je die soms?
Carlens: Nee. Om de eenvoudige reden dat het nog altijd hetzelfde is. We geloofden toen ook keihard in onze muziek. Het was even hardcore als dEUS en Moondog Jr.
Dieter, onze gitarist van toen, is de enige die nog met muziek bezig is. Hij schrijft in het Antwerps. Hij heeft enorm veel talent, maar hij is getrouwd (lachje). Sven speelt niet meer. En Jurgen, mijn bloedbroeder, is een echte hardrocker geworden. Hij is vier jaar jonger dan ik, maar hij heeft zo'n baard, hij is echt een beer van een vent.
We zijn uiteengegroeid. Ik ben er volle kracht tegenaan gegaan. Ik wist wat ik wilde. Ik wist dat muziek maken mijn leven was, zelfs toen ik tien jaar was. Toen zat ik op mijn kamertje op een tennisracket te spelen, en bouwde ik luidsprekers na uit kartonen dozen. Toen ik veertien was, ben ik er echt aan begonnen. Ik wist niks van de bizz, of van platen maken, ik wilde gewoon op straat spelen. Ik had het nodig.
Ik ben nog geen haar veranderd. Ik heb nu bijna een maand niet meer opgetreden, en ik voel me heel raar. Ik heb het keihard nodig. De aandacht, ja. Als ik die niet krijg, voel ik me slecht. Ik heb een enorme geldingsdrang. Ik vind wat ik doe belangrijk. Er zijn er niet zoveel die dit kunnen. Ik verdien mijn plaatsje wel, vind ik, in die grote muziekwereld.

Ben je muziek beginnen maken om te scoren bij de meisjes?
Carlens: Nee. Het is iets... voor mezelf. Er zijn van die dingen waar je niet over praat, zelfs niet als jongens onder elkaar, dingen die helemaal van jezelf zijn... Iets magisch. Daarom maak ik muziek. Om mezelf in iets te kunnen verliezen. Om een wereldje te hebben, dat ik zelf maak en dat helemaal van mij is. Een buitenstaander zal nooit weten hoe het in dat wereldje toegaat. Hij kan hooguit een glimp opvangen, of een voetje tusen de deur steken. Ik hoop dat dat geberut: dat iemand naar mijn muziek luistert, en een héél klein beetje deelachtig kan worden aan mijn wereldje.

Is het een vlucht uit de werkelijkheid?
Carlens: Misschien wel. Angst heeft er zeker iets mee te maken. Angst om te leven. Misschien is het precies die angst die mij voortjaagt, die mij sneller en sneller doet gaan. De angst om stil te vallen.
En toch voel ik me niet zo goed, de laatste tijd. Ik vind mijn plekje niet. Misschien ben ik de pedalen kwijt, ben ik te lang op reis geweest, heb ik te weinig rustpunten gehad. Ik rust nooit. In niets. Ik werk hard aanm ijn lichaam, en ook daarin ken ik geen maat. Vorige week ben ik te ver gegaan. Mijn linkerarm is naar de vaantjes.
Het is een vicieuze cirkel. Als je muziek maakt, moét je véél muziek maken. Want je verdient er weinig mee. En als je in groepen speelt, zijn er een heleboel andere mensen die je nodig hebben om muziek te kunnen maken. Veel mensen denken dat wij stinkend rijk zijn. Dat is een groot misverstand. We hebben wel wat verdiend, we krijgen een maandloon uitbetaald, en dat geeft een veilig gevoel. Ik heb zelfs een contrabas kunnen kopen. Maar we houden er echt geen fortuinen aan over.
We hadden met dEUS veel meer kunnen verdienen. We hadden België kunnen platspelen, we hadden op een aantal lucratieve aanbiedingen kunnen ingaan. Maar dan hadden we niet meer bestaan. Dan had ik niet meer in de spiegel durven kijken.

Wannes Van De Velde: 'De kleuren van de steden'

Je hebt daarnet 'King Creole' van Elvis op de jukebox gedrukt. Ben je een Presley-fan?
Carlens: Een heel grote, zelfs. Luister 'ns naar die arrangementen, die koortjes... Da's allemaal perfect gedaan. Dat kunnen ze vandaag de dag niet meer. Zo'n harmonieën... Dat kan zelfs Neilke Young niet. Er is veel minder ambacht. Minder techniek, minder stembeheersing. Hoeveel kost een elektrische gitaar? Vijfduizend frank. Iedereen die er een wil, kan er een kopen. Je leert een paar akkoorden, en je bent vertrokken. De lat ligt veel lager dan voeger. 't Is allemaal de schuld van Bob Dylan (lacht).
Dat vind ik zo goed aan Wannes Van De Velde: die kerel zet nummers neer, met een techniek en een arrangement en een stembeheersing... ongelofelijk. Ik heb hem nog niet zo lang geleden ontdekt. Ik ben hem nog aan 't leren kennen.
In hun glorietijd was ik een grote Doe Maar-fan. Ik had zelfs mijn schoolboeken gekaft met Doe Maar-papier. Mijn kamer hing vol posters. Die Henny Vrienten heb ik altijd een ongelofelijke kerel gevonden. Da's de Nederlandse Keith Richards. Een keigrave gast, met zijn oorbel, zijn haar omhoog, zijn staartje. Ik zat toen op Sint-Jan in Merksem, en alle jongens droegen zo'n staartje. Dat mocht niet van de directie, dus liep iedereen met opgezette kraag rond.
Om bij Wannes Van De Velde te blijven: hij is een folkzanger, maar hij vertelt geen onzin, hè. Hij houdt een bepaalde waarde recht die nooit verloren mag gaan: hij maakt Nederlandstalige poëzie op prachtige muziek.

Palace Brothers: 'Hope'
Bob Marley & the Wailers: 'Confrontation'

Carlens: Ik heb Will Oldham van de Palace Brothers vorig jaar in Londen zien optreden. Ik werd gewoon van m'n sokken geblazen. Ik heb zelden een muzikant met zo'n présence gezien. Zijn muziek is ongelooflijk gevoelig. Hij gaat enorm diep. Zo diep dat ik hem soms met moeite kan volgen. Ik begrijp veel van zijn nummers niet.
Ik heb 'Hope' allang niet meer gedraaid. De laatste keer was een paar maanden geleden, op een heel moeilijk, emotioneel moment. Ik heb ze moeten afzetten. Ik kon er niet tegen. Het zit 'm allemaal in de sfeer van de muziek. Zo donker, zo triest. Mijn vriendin verstaat geen woord Engels, maar ze wordt ontzettend verdrietig van de Palace Brothers. Ze kan het niet verdragen.
Muziek kan heel afschrikwekkend zijn. Sommige muziek maakt de vreselijkste dingen in mij los. Ik heb bijna alle platen van Nick Cave, maar ik draai ze bijna nooit. Het is te gevaarlijk. Ik vind het prachtig, maar ik word er ziek van. Ik begin ervan te zuipen. Met sommige platen moet ik heel voorzichtig omspringen. Ze maken me kapot.
Ik herinner me dat ik vorige zomer in een neerslachtige bui een hele dag naar 'Hallelujah' van Jeff Buckley heb zitten luisteren. Ik was er niet goed van. Maar ik had behoefte aan een bevestiging van mijn ellende. Het lost niets op, het maakt het hooguit wat draaglijker. Maar zelfs dat wordt moeilijker. Henry Rollins blijft voortaan ook in de kast. Die woede, die agressie... Ik vind het prachtig, maar ik kan er beter afblijven.
Vroeger kon het me allemaal niet zoveel schelen. Nu gebeurt het dat ik door het kleinste detail diep in mijn hart word geraakt. Het is heel vervelend. Ik hoop dat het overgaat. Het is niet gezond. Ik voel me de laatste tijd constant naakt, constant kwetsbaar. Bij het minste word ik verdrietig. Het is moeilijk uit te leggen. Ik maak een lastige periode door.

William Burroughs: 'Spare ass Annie & other tales'

Carlens: Schitterende plaat. Heel cynisch, maar heel grappig. Een uitstekend verteller. De figuur Burroughs interesseert me niet zo: ik hou niet van mensen die proberen met allerlei drugs hun gevoelens te controleren. Dat kun je met dope, zeer zeker, als je ermee overweg kunt en er genoeg geld voor hebt. Dan kun je op een bijna wetenschappelijke manier met je gevoelens bezig zijn. Maar daar heb ik geen bewondering voor.
Iedereen probeert zijn gevoelens op één of andere manier onder controle te krijgen. Ik ook. Maar ik doe het niet met drugs, en ook niet met muziek. Wel door lichaamstraining, door meditatie. Zo kun je je lichaam echt leren kennen. Ik hou me bezig met Taoïsme. Boeddhisme. Zen.

Muziek is een gevaarlijk goedje, je moet er afstand van nemen, ze helpt je niet, ze maakt je onbevangenheid stuk... Maar je bent er wel dag en nacht mee bezig.
Carlens: Muziek is... niet zo goed, nee. Muziek is ook spektakel, en dat is helemaal niks voor mij. Ik bedoel: de mensen willen zien hoe ver je gaat. Met je stem, je instrumenten, je show, je emoties. Dat trekt de mensen aan. Maar dat is niet hoe IK ben. Ik kan niet zo ver gaan. Ik heb er de energie en de moed niet voor. (Stilte). Ik zou er op een dag mee willen stoppen. Dat is moeilijk, want ik doe het heel graag. Het is mijn leven, maar eigenlijk weet ik niet of dat leven... (Stilte)... Het is een vreselijke dualiteit. Zoals alles. Ik weet niet zo goed wat ik moet doen. Soms denk ik dat ik een gezin wil. Kinderen. Anderzijds denk ik: Carlens, jij gaat met je verwarde kop toch geen kinderen maken! En die dan ook nog 'ns opvoeden, zodat zij ook nog eens in de war geraken. En de wereld gaat er ook niet op vooruit... Ik weet het niet goed.

Mike Scott: 'Bring 'em all in'

Carlens: Je hebt het niet in de hand, hè. Je leven wordt niet helemaal bepaald door wat je zelf wilt. Je kiest niet altijd zelf waar je terechtkomt. Dat gevoel heb ik heel sterk: dat ik me moet laten meedrijven, dat ik geen controle heb over de koers die ik vaar. Onlangs werd me gevraagd om een soort nieuwjaarsbrief te schrijven, met mijn voornemens en wensen voor 1996. Ik had geschreven: 'Ik zou in '96 graag iedere zin achterstevoren zeggen.' Omdat ik bij het begin van een zin nooit weet hoe hij zal eindigen. Zo is het met al mijn initiatieven: ik weet nooit waar ik ga uitkomen. Dat geldt voor mijn gedachten, mijn daden, èn mijn muziek. Muziek maken is voor mij nog altijd zoeken.
Daarom hou ik zo van 'Bring 'em all in' van Mike Scott: omdat je die kerel echt kunt volgen in zijn zoektocht, zijn mens-worden. Hij geeft zichzelf op die plaat ontzettend bloot. Hij vertelt ieder detail. Ik vind het bijzonder boeiend. Niet uit voyeurisme, maar omdat ik zelf ook op zoek ben. Als je niet weet hoe je een gerecht moet klaarmaken, kijk je in een kookboek. Als je niet weet hoe je moet leven, lees je boeken of luister je naar platen, ga je op zoek naar andere dingen die je kunnen helpen.
Maar dan nog: je kiest en bepaalt niet alles zelf. Dana (Colley) van Morphine vertelde me onlangs dat hij problemen had met zijn lief - zoals bijna alle muzikanten, want wij zijn nooit thuis. Hij zei: 't is vreemd, want ik heb nooit beslist om hier te zijn, ik heb nooit in mijn leven beslist dat ik de saxofonist van Morphine zou worden. Ik heb precies hetzelfde gevoel: ik heb nooit beslist om bij dEUS te gaan spelen. Ik heb Tommy leren kennen, zijn gitarist ging weg, en ik heb gezegd: ik vervang hem wel even, maar niet te lang, want ik heb mijn eigen groep. En nu, vijf jaar later, ben ik er nog altijd bij. Terwijl het eigenlijk helemaal niet mijn bedoeling was. Het was allemaal zuiver toeval.

Een gelukkig toeval?
Carlens: Nu wel. Maar ik heb me er dikwijls doodongelukkig bij gevoeld. Ik wil er niet over uitweiden. Ik wil er zelfs niet aan terugdenken. Alles gaat nu goed tussen Tommy en mij.

Alles van Tom Waits
Prince: 'Sign O' The Times', 'The Gold Experience'

Een vraag tussendoor: heb je haatplaten?
Carlens: Ik kan absoluut niet tegen house. Ik word er zenuwachtig van, en ik bèn al zo ongelooflijk zenuwachtig. Voor de rest... Ik heb geen TV, de radio staat zelden op, dus de muziek waar ik naar luister kies ik meestal echt zelf. Ik luister alleen naar de radio op momenten dat er een plaat of een single van ons uitkomt, om te horen of we gedraaid worden. En dan mis ik het altijd. Iedereen zegt: 'Ze draaien uw plaat zot', en ik heb het nog nooit gehoord.

Tom Waits.
Carlens: Ik heb Waits leren kennen via de broer van de drummer van Moondog Jr. Hij heeft me zo'n vijf jaar geleden een cassette gegeven met 'Closing time' erop. Daarvoor had ik nog nooit van Tom Waits gehoord. Daarna heb ik 'Franks Wild Years' gekocht, en ben ik zijn hele repertoire beginnen uitspitten. Tom Waits is een van mijn grote helden. Hij is een grave gast. Ik wilde echt zoals hij zijn. Ik wil Tom Waits zijn. Dat is altijd al mijn grootste drijfveer geweest: iemand anders willen zijn. Als ik mijn lichaamsoefeningen doe, zet ik een film van Jean-Claude Van Damme op. Anders kan ik het niet.

Kun je je voorstellen dat er mensen zijn die zoals jij willen zijn?
Carlens: Nee. Ik probéér me dat ook niet voor te stellen. Ik kan het niet. Ik ben er te jong voor, denk ik (lacht). Wat ik wèl merk, is dat wij met dEUS een aantal grenzen hebben verlegd. Er wordt naar veel méér muziek, naar veel àndere muziek geluisterd dan vroeger. Ik ben er voor honderd procent zeker van dat dat dankzij ons is. Wat nu op de markt komt, was er niet vóór wij er waren. Dat klinkt misschien pretentieus, maar ik denk echt dat wij op dat vlak iets teweeg gebracht hebben. Dat wil niet zeggen dat wij de dragers van de steen der wijzen zouden zijn. Het is gewoon één van die toevalligheden.

Wat zou je tegen Tom Waits zeggen, als je hem zou ontmoeten?
Carlens: Niks. Ik heb anderhalve maand met Michael Blair in een kamer gezeten - Blair heeft drie platen met Waits gemaakt en is met hem op tournee geweest - en ik wist echt niet wat te vragen. Hij heeft één keer verteld dat ze tijdens een tournee samen ziek zijn geweest. Dat vond ik echt schattig. Ik had me mijn held nog nooit ziek voorgesteld. 't Is raar, als je bedenkt wat voor mythische proporties zo'n mensen krijgen. Kun je je Prince op de WC voorstellen? Die gààt niet naar de WC. Dat kàn niet. Dat is een god. Prince eet ook niet. Zie je hem al een pak frieten eten?

* * *

1996 wordt een spannend dEUS-jaar. Wat zou het voor jou ècht geslaagd maken?
Carlens: Dat we goeie vrienden blijven en er zelfs nog betere worden. Op tournee is dat helemaal niet evident. Thuis wel: dan zit iedereen veilig in z'n eigen territorium. De tournee die we dit jaar gaan doen, is de zwaarste uit onze carrière. Het wordt een lange, slopende onderneming. We gaan tot in Amerika. Ik hoop dat het goed zal gaan.
En dat de plaat goed wordt. We hebben al een heleboel songs klaar, en 't klinkt echt heel erg goed, vind ik. En voor mijzelf: dat het allemaal niet te veel aan mijn leven knaagt. Maar dat hoef ik niet te wensen. Daar moet ik gewoon iets aan doen.

If you have any additions or amendments, however small, please mail me at zitareviews@mandarinmedia.com and it will included.

go to the media index 

Take me Home!

[Back to the Zita Swoon Homepage]