|
Humo sprak met
Stef Kamil Carlens (ex-dEUS, ex-Moondog Jr., thans Zita Swoon)
'Betaal mij nog één
Gueuze en ik ga heel melancholisch doen over dEUS'
'Stel je voor,'
zegt Stef Kamil Carlens lachend, 'ik had bijna in het groot Moondog
Jr. op mijn rug laten tatoeëren. Stel je voor dat ik dat gedaan
had. Dan liep ik nu rond met op mijn rug de naam van een groep die niet
meer bestaat, een naam die mij afgepakt is. Dan was ik die gast daar in
Duitsland toch gaan vermoorden. Of dan was ik voor hem gaan staan,
met mijn rug naar hem toe, en dan had ik gezegd: hier zie, gast, haal
'm er maar af, uwe naam.'
Met 'die gast daar in Duitsland' bedoelt Stef Kamil Carlens de
sedert jaren naar dat sympathieke land uitgeweken Amerikaanse zanger Louis
Hardin, die er onder de naam Moondog een sluimercarrière
uitbouwt in het blues-keldercircuit. De man voelde zich gebroodroofd door
het vijftal talentvolle jonge Antwerpenaren dat onder een toch even andere
naam (Moondog Jr. dus) heel andere muziek maakte, zoals ze te horen
is op hun eerste en voorlopige enige cd 'Everyday I Wear A Greasy Black
Feather On My Hat'.
De groep verliest er tijd mee, en energie, en Stef Kamil Carlens zal hier
en daar misschien al een grijs haar kweken onder zijn 'greasy hat',
maar om een lang verhaal kort te maken: er staat een kleine sticker op
hun nieuwe cd die heel duidelijk is: 'Moondog Jr. is now called Zita
Swoon'.
Ik neem mij voor
ergens langs mijn neus weg te vragen wat Zita Swoon eigenlijk betekent,
al heb ik via het populaire VRT-rockprogramma 'Ziggurat' vernomen
dat het iets is over iemand die 'op trage wijze iets moois wil maken'
al wil 'to swoon' in mijn woordenboek gewoon zeggen 'flauwvallen,
bezwijmen', maar ik sta erom bekend dat ik een heel slecht woordenboek
heb.
Zita Swoon is overigens een mooie naam (zeker als je hem vergelijkt met
VRT of Bart Vandenbossche) en de muziek die ze maken is nog mooier. Dat
blijkt bijvoorbeeld al uit de score die ze verzonnen hebben bij de uit
1927 stammende stille film 'Sunrise - A Tale Of Two Humans' van
de Duitse cineast F.W. Murnau.
Wat vorige zomer begon als een nagenoeg eenmalig experiment heeft nu geleid
tot een heuse cd, 'Zita Swoon - Music Inspired By Sunrise, A Film By
F.W. Murnau', en een concerttournee door Nederland en België,
waarbij de groep de film live begeleidt.
Om daarover te praten heb ik met Stef Kamil Carlens en zijn hond afgesproken
in het roemruchte Antwerpse Café Atlas. En eigenlijk ook
een beetje omdat ik al van sedert de begindagen van dEUS, waar Stef Kamil
Carlens samen met zijn vriend Tom Barman stichtend lid van was, een fan
ben.
Stef Kamil Carlens heeft - dat kon je merken aan de publieksreactie toen
hij afgelopen winter als 'special guest' van dEUS uit de coulissen
van de AB te Brussel stapte - de warmte en het charisma van een echte
ster, maar tegelijk de schuchterheid en de bescheidenheid van de allergrootsten.
'Die avonden in de AB waren echt wel magisch,' geeft hij toe. 'Toen
ik opkwam voelde ik de liefde van het publiek zo naar mij toe waaien.
Dat was echt een hoogtepunt in mijn leven.'
Misschien wordt een optreden van Zita Swoon met de muziek voor F.W. Murnau's
'Sunrise' wel een hoogtepunt in uw leven, folks, straks in a
theatre near you!
* * *
Had je zelf
al enige binding met die film van Murnau toen je aan dit project begon?
Stef Kamil Carlens: Nee. Ik moet zeggen dat ik totaal geen filmmens ben.
De enige periode van mijn leven dat ik veel met film te maken heb gehad
was toen ik samenwoonde met Tom Barman en hij bij u in de filmschool zat.
Toen was hij uiteraard voortdurend met film bezig en, of ik dat nu wilde
of niet, ik dus ook. Hij werkte toen als kaartjesscheurder in de Cartoon's
en als hij eens een avond niet kon ging ik hem daar vervangen, en dan
mocht ik gratis films zien. Maar in regel ga ik heel weinig naar de cinema,
niet omdat ik iets tegen films heb, maar wel tegen cinema's, omdat je
er met een hond niet binnenmag. Ik vind dat heel dom, want die hond wil
niet naar de cinema, die wil gewoon bij mij zijn, en het maakt hem niet
uit waar dat is. Nu, soms smokkel ik hem wel eens binnen, hoor. Dan zeg
ik hem dat hij braafjes onder het venster van de loketbediende moet doorlopen
en meestal lukt dat.
Ik heb ooit
naast een hond gezeten tijdens een voorstelling van 'Last Tango In
Paris'. Toen die boter-scène eraan kwam begon die hond echt raar
te doen.
Stef Kamil Carlens: Die hond herkende gewoon dingen die hij thuis ook
al had zien doen (lacht).
Maar de vraag
was dus of je al wat met F.W. Murnau's 'Sunrise' had voor je aan die compositie-opdracht
begon.
Stef Kamil Carlens: Nee, dus. Ik ga heel weinig naar de cinema, dat zei
ik al, en ik zie ook heel weinig films omdat ik geen tv heb. En ik ken
ook al weinig van oude films. Maar toen Jan De Clerq van < I>Close Up
in Brugge en Erik Kloeck van Cartoon's mij voor het eerst die 'Sunrise'
lieten zien vond ik dat een ongelofelijk mooie film. Wat me trof was dat
het een trage film was, en daar hield ik van, omdat er tijd genomen werd
om bijvoorbeeld emoties uit te spinnen die nu totaal niet meer belangrijk
gevonden worden. Die scène waar hij haar tracht te vermoorden, heeft
me echt gepakt. Toen ik die voor het eerst zag wist ik dat ik die muziek
wilde maken. Ondertussen heb ik hem al zeker duizend keer gezien. En gek
genoeg vind ik hem nu niet meer zo traag. Ik ken het ritme van die film
nu, de opbouw. En nee, hij is niet traag, maar juist dynamisch. Een tikkeltje
te lang, misschien. Maar wel mooi.
Goed. Je ziet
die film. Je vindt hem mooi. Hoe begin je daar dan muziek voor te maken?
Heb je daar een systeem voor of gebeurt dat heel intuïtief?
Stef Kamil Carlens: Dat gebeurt helemaal vanuit de buik, zonder enig systeem.
Eerst ben ik alleen beginnen schrijven, daarna heb ik er de groepsleden
bij betrokken. Ik had alleen wat akkoorden, een stukje melodie, en enkele
woorden voor het begin van de film. Die flarden zijn uiteindelijk het
nummer 'Couldn't She Get Drowned' geworden. Tussen de repetities
in voor 'In A Bar, Under The Sea' van dEUS, die toen gelijktijdig
aan de gang waren, speelde Klaas Janzoons altijd maar muziekjes die hij
net geschreven had en die niet voor dEUS zouden dienen maar mij toch intrigeerden
omdat ze zo mooi waren. Ik hoorde er ook hele scènes bij. Daarom
vroeg ik Klaas of hij geen zijn had om mee te werken aan die filmmuziek.
Toen is Piet Jorens er nog bijgekomen en... Tja, hoe begin je aan zo'n
project? Ik weet het niet meer.
* * *
Uit de luidspreker die
boven onze hoofden hangt druipen de laatste noten van de outro
van het historisch stuk Euro-verdriet 'Eres Tu', door Mocedades.
De slijmbal van dienst bij het radiostation legt verontschuldigend uit dat
het om 'een niet erg vrolijk nummer' ging 'maar dat we ook in
een niet erg vrolijke wereld leven'. Om die bewering te staven zet Dana
Winner uit volle borsten 'Waar Is Het Gevoel?' in. Stef stelt voor
met zijn hond Sammy, zijn fles Gueuze, mijn koffie en mijn Panasonic naar
het terras te verhuizen.
* * *
Heb je je ooit
afgevraagd of die film wel muziek nodig had? Je bijdrage tot 'Sunrise'
van F.W. Murnau had ook kunnen zijn dat je er géén muziek
bij maakte.
Stef Kamil Carlens: Natuurlijk heb ik me dat afgevraagd. De film is zo
mooi en zo sterk dat hij beslist geen muziek nodig heeft. Niet die van
ons en niet die van iemand anders, want er is in het verleden al
muziek bij gemaakt, dat weet je. Maar ik voelde me vereerd omdat ze het
ons kwamen vragen. Dat is eigenlijk het geluk en het ongeluk van een muzikant,
hé, dat-ie altijd vereerd is als ze hem iets komen vragen.
Keek Murnau
mee over je schouder terwijl je die muziek schreef? Heb je ook geprobeerd
hèm te behagen? Heb je je ooit afgevraagd of hij het wel leuk zou
hebben gevonden dat jij nieuwe muziek maakte bij zijn oude film?
Stef Kamil Carlens: Dat is een vals probleem, want ik ben er heilig van
overtuigd dat 'Sunrise' niet langer zijn film is. Net als mijn songs niet
meer van mij zijn nadat ik ze heb opgenomen en iemand ze gekocht heeft
in de vorm van een cd. Net zoals jouw films niet meer van jou zijn als
je ze laat projecteren. Murnau is dood en zijn film leeft nog, en die
is nu van de levenden. Een artiest die de zon in zijn ogen waard is moet
zijn werk kunnen afstaan aan de wereld, vind ik. Je moet natuurlijk krediet
krijgen voor je werk, en als het goed is zal je er wellicht nog ander
werk door krijgen, en als het écht goed is valt er msisscien een
vrouw voor je omdat je het gemaakt heb, maar als het af is, dan is het
van iedreeen. Daar geloof ik heilig in. Als een lied van mij voor iemand
anders waarde krijgt, of zelfs een soort van waarheid wordt, wie ben ik
dan om dat aan die persoon te ontzeggen? Wij hebben geen conrole over
de reacties die ons werk uitlokt, en gelukkig maar. En zo is mijn reactie
op Murnau's werk even belangrijk of onbelangrijk als iemand anders' reactie
op mijn werk.
Als je aan zo'n
project begint, weet je dan ook al waar je zal eindigen?
Stef Kamil Carlens: Het enige wat ik dan weet is dat het op een dag af
zal moeten zijn. En dat stemt me eigenlijk meteen al droevig. Want iets
afmaken is altijd droevig. Het impliceert ook dat je dagen, weken, maanden
zal moeten repeteren, en dat is bijna per definitie saai. Het vreemde
bij dit soort dingen is eigenlijk dat het orgasme al heel snel komt, namelijk
op het moment dat je het idee krijgt. Maar al wat daarna komt is meestal
gewoon werk, en daar hou ik natuurlijk niet van.
Toch is de mooiste herinnering die ik aan 'Sunrise' zal bewaren de tijd
toen we ons met de hele groep een weeklang in theater De Korre
in Brugge opgesloten hebben om daar vrijwel continu aan de score te werken.
Dat was op artistiek vlak de meest intense ervaring die ik ooit al heb
hehad. Behalve een aantal momenten met dEUS, natuurlijk. Maar toen in
Brugge had ik helemaal niet de indruk dat we aan het werken waren. De
hele groep droeg stukjes en beetjes bij. We hadden tussen ons in een monitor
staan waar we de hele tijd naar de film keken, en de hele tijd werden
er ideeën geleverd, door iedereen. Eerst werkten we heel schematisch,
en tegen het eind van de week heel in detail. Als dat een systeem is,
dan was dát dus ons systeem.
Ik hoorde dat
je van plan bent nog meer filmmuziek te gaan maken, ook voor films van
nog levende regisseurs.
Stef Kamil Carlens: Alleen als ik carte blanche krijg. Ik kan alleen
werken als ik vrij ben. Dat was zo bij dEUS - als Tommy Barman mij om
medewerking aan een song vroeg, deed ik dat alleen op de uitdrukkelijke
voorwaarde dat ik absoluut mijn zin mocht doen - en dat zal zo zijn bij
alles wat ik doe: ik functioneer alleen als ik vrij kan zijn. Ik doe wat
ik wil. Ik zing wat ik wil. Ik speel wat ik wil. Dat is voor mij de enige
manier om iets voort te brengen dat écht leeft. Ik wil alleen aan
een film meewerken waarvan ik het voorgevoel heb dat ik er nog steeds
van zal houden als hij af is. En dat ik er mijn muziek in terug hoor zoals
ik had gehoopt dat ze zou klinken.
Toch wordt in
de filmwereld algemeen aanvaard dat de componist een dienende rol heeft.
Men zegt ook dat goede filmmuziek per definite onhoorbaar moet zijn. Dat
ze dus slecht is wanneer ze opvalt.
Stef Kamil Carlens: Dan wil ik geen filmcomponist zijn. Ik wil te allen
tijde achter de muziek die ik maak kunnen staan en als die moet dienen
om 'onhoorbaar' te zijn, dan maak ik ze liever niet. Of zonder film erbij.
Waar ik van droom is een film die met mijn muziek in symbiose zou kunnen
treden. Dat beeld en muziek elkaar zouden dienen in plaats van de muziek
het beeld. Een vriend van me vertelde dat Nino Rota's muziek voor Fellini
vaak af was voor er met filmen begonnen werd, en dat Fellini die soms
op de set liet beluisteren, om de acteurs en de ploeg te stimuleren. Zoiets
zou ik wel zien zitten. Ik wil me evenveel kunnen engageren als de filmmaker
zelf. Totaal engagement, dat eis ik ook altijd van de muzikanten waarmee
ik werk. En dat eiste Tommy ook van mij. Anders kan je toch niet écht
iets goeds maken. Want als ik érgens een hekel aan heb, dan is het
aan vrijblijvendheid. Allen het woord al - (spuwt het uit) 'vrij-blij-vend-heid'
- haat ik. Zodra er vrijblijvendheid in het spel is, maakt de kunst zich
uit de voeten. Ik wil zo intens bezig zijn dat ik er desnoods ziek van
word. Dat is me trouwens al meer dan eens overkomen.
Wanneer heb
je beslist dat er ook gezongen moest worden? Want zo sluipt het woord
natuurlijk binnen in een oorspronkelijk toch woordeloze film.
Stef Kamil Carlens: Voor mij was dat evident. Ik wilde allerhande instrumenten
horen en mijn instrument is mijn stem. En als ik dan toch zing, zing ik
liever iets zinnigs dan lalala. Ik ben zelf noodgedwongen teksten
gaan schrijven omdat ik absoluut wilde zingen, en om de zanglijnen die
ik had uitgetekend wat aan te kleden, had ik nu eenmaal woorden nodig.
Hoe lang zing
je al?
Stef Kamil Carlens: Twaalf jaar. Waarom?
Omdat ik vind
dat je een heel intrigerende stem hebt. Niet wat men gemeenzaam mooi zou
noemen, maar boeiend, soms zelfs mysterieus.
Stef Kamil Carlens: Ik vind dat vooral mensen die geen mooie stem hebben
zouden moeten zingen. Dan gebeurt er bijna altijd iets boeiends. Net zoals
ik nu, tot ergernis van velen, piano speel zonder dat ik dat eigenlijk
kan. En ik doe dat alleen omdat ik het wil. Dat ik het niet kan,
hindert mij daar in het geheel niet bij.
Tom Barman liet
me twee of drie jaar geleden eens een cassette horen waarop jij in het
Algemeen Beschaafd Antwerps 'Kinderbalade' zingt, dat prachtige lied dat
Cees Noteboom ooit voor Boudewijn De Groot schreef. Ik vond het zo mooi
dat ik ervan moest huilen. Waarom zing je niet meer in het Antwerps of
zelfs het Nederlands?
Stef Kamil Carlens: Dat ben ik ook nog wel van plan... maar ik wist niet
dat Tom die tape nog had. Ik zou hem best ook nog eens willen horen. Maar
hij zal hem ondertussen al wel kwijt zijn want hij is een echte sloddervos.
Het is in mijn versie niet op die 'tribute'-plaat aan Boudewijn De Groot
gekomen omdat Tom ze echt háátte.
Ik vond ze fantastisch
omdat je op dat nummer bewees dat je één van de heel weinige
jonge zangers bent die de gevoelswaarde van de woorden die ze zingen écht
lijken te willen begrijpen. Als jij zingt hoe de jongen uit dat liedje
als een bleke engel ligt dood te bloeden na afloop van een bal masqué,
dan schiet mijn kippenvel wakker.
Stef Kamil Carlens: Merci. Na al die jaren heb ik in elk geval door dat
goed zingen niets met een mooie stem of met een goede techniek te maken
heeft maar alles met de juiste intentie.
Iets waarmee
je idolen Captain Beefheart en Tom Waits het zeker eens zouden zijn. Ik
lees tenminste altijd dat ze je zo intens beïnvloed hebben. Kan je
die invloeden wat beter omschrijven?
Stef Kamil Carlens: Captain Beefheart heb ik pas echt leren appreciëren
toen ik op kot zat samen met Tommy en die 'Trout Mask Replica'
bijna de hele dag draaide. Hij was er helemaal gek van - we hebben er
zelfs een stukje van gesampled voor de eerste dEUS-cd. Ik ben me toen
in zijn teksten gaan verdiepen en ik was zwaar onder de indruk. Voor mij
betekende de kennismaking met het werk van Beefheart echt een soort school
naast de school.
En een paar
jaar later werk je dan, via dEUS, met Eric Feldman, die nog met Beefheart
gespeeld heeft...
Stef Kamil Carlens:Ja, maar ik heb Eric gevraagd zeker niet te veel anekdotes
over Beefheart te vertellen. Want ik wilde dat die platen en de figuur
van Beefheart zuiver bleven voor mij, zoals ik ze voor het eerst ervaren
had. Ik had geen zin om te weten in wat voor ellendige omstandigheden
zze eventueel tot stand gekomen waren.
Captain Beefheart
lag al zo goed als stil toen jij hem ontdekte, en Tom Waits was al bijna
twintig jaar bezig. Waar heb je de draad van zijn werk opgenomen?
Stef Kamil Carlens: De eerste plaat die ik van 'm kocht was Frank's
Wild Years, en meteen was het tussen hem en mij: amour. Op
slag wilde ik alles van 'm hebben en heb ik ook alles gekocht. Waits is
echt heel erg belangrijk voor mij geweest. Ik ben eerst een soort van
Waits moeten worden voor ik mezzelf kon zijn.
En hoe ging
dat dan in zijn werk?
Stef Kamil Carlens: Dat kan je toch horen. Ik ben tijdlang Waits geweest
en Tommy was toen Neil Young. Maar behalve Waits zelf hebben zijn muzikanten
ons ook beïnvloed. Vooral Marc Ribbot. De pure kracht van zo'n lied
als 'I Hope I Don't Fall In Love With You', dat is toch beestig?
Luister je wel
eens naar Joni Mitchell?
Stef Kamil Carlens: Daar noem je iemand! Die ben ik nu echt aan het ontdekken.
Ze is op dit ogenblik ultra-belangrijk voor Zita Swoon. We gaan trouwens
een nummer van haar cover, 'Borderline'. Een prachtsong. Ik zag
haar onlangs nog eens bezig in Scorses 'The Last Waltz': hoe ze
dat podium inneemt, fantastisch! 'Blue', 'For The Roses',
'The Hissing Of The Summer Lawns', geweldig om zulke dingen vandaag
de dag te kunnen ontdekken.
Moondog Jr.
heet nu Zita Swoon: maar is er behalve de naam nog iets veranderd?
Stef Kamil Carlens: We hebben een nieuwe gitarist, Bjorn Erickson. Die
doet nog niet mee op de plaat van 'Sunrise' maar wel live. En Benjamin
Boutreur gaat weg. En ik heb net audities gedaan voor een zangeres, dus
komt er wellicht een zangeres. En sinds ik op 'Ziggurat' gezegd heb dat
ik nog een tweede zanger voor de groep zoek, zijn daar al veel reacties
op gekomen. Het is ook nooit de bedoeling geweest dat ik mijn hele leven
met dezelfde mensen zou spelen. Zita Swoon hééft zelfs helemaal
geen bedoeling. Eigenlijk zijn wij gewoon Moondog Jr. met een andere naam.
Het is trouwens ook nooit de bedoeling geweest dat ik met dEUS zou stoppen.
Dus, euh... ik weet het niet, jong.
Heb je de naam
Moondog Jr. niet wat gauw opgegeven? Had je niet wat harder moeten knokken
om hem te mogen houden? Tenslotte hadden jullie al in een flink deel van
de wereld enig krediet opgebouwd.
Stef Kamil Carlens: Dat is zo. En hier weet onderhand iedereen dat we
die, volgens Tom Barman zo belachelijke, naam Zita Swoon hebben aangenomen
maar in het buitenland moeten we absoluut van voren af aan beginnen. Dat
is frustrerend, ja. Net zoals het frustrerend is dat onze oude platenfirma
en ons oud management ons niet echt gesteund hebben in onze strijd om
het behoud van onze naam. Island gaf ons gewoon de raad helemaal
niet te vechen, maar meteen van naam te veranderen. Island heeft ons nooit
echt zien zitten, denk ik. Omdat het voor hen strategisch gewoon niet
verdedigbaar was twee nieuwe groepen te pushen - voor wie het niet zou
weten: dEUS en Moondog Jr. - die één lid, ik dus, met elkaar
moesten delen. De promotie rond de ene groep moest omzeggens drie maanden
worden stilgelegd wanneer ze aan de andere wilden werken, en ik liep daar
altijd ergens tussen. Dat heeft me doen beslissen voor Moondog Jr. te
kiezen, al had ik verder, zoals ik al zei, geen enkele reden om dEUS te
verlaten.
Je hebt ze ook
op een heel raar moment verlaten. Vlak voor ze het schitterende 'In A
Bar, Under The Sea' zouden uitbrengen, waarop jij trouwens een sleutelrol
vervult en jouw muziek heel aanwezig is.
Stef Kamil Carlens: Ik weet het, het was niet het beste moment. Maar ik
was stilaan gek aan het worden van al dat gedoe. Ik was heel ontgoocheld
toen ik voelde dat de platenfirma niet achter ons stond. Ik heb die andere
Moondog, Louis Hardin, nog zelf opgebeld om de zaak van muzikant tot muzikant
te regelen, maar hij vond de zaak onbespreekbaar. Vandaar: Zita Swoon.
Ik ben er ziek van geweest.
Vind je het
dan niet erg dat Tom Barman en public zegt dat hij jullie naam
niet ziet zitten?
Stef Kamil Carlens: Op het moment dat je een naam vindt betekent die nooit
iets en is die altijd onzinnig. Een groepsnaam krijgt pas waarde als hij
verbonden is met de klank van een aantal nummers en met de mensen die
die nummers zingen en spelen. Op zich zijn de namen van de meeste groepen
dwaas. Maar als je door de groepsnaam uit te spreken de muziek kan oproepn
die door die groep wordt gemaakt, dan is het een goeie naam.
Zoals iedereen
precies weet welk gepiel ik bedoel wanneer ik de twee onnozele woorden
Pink en Floyd uitspreek.
Stef Kamil Carlens: Voilá. Ik ben onze naam óók
nog niet gewoon hoor, dus ik neem niemand iets kwalijk. Ik was gewoon
tussen een stapel boeken gaan zitten en heb toen wel duizend namen opgeschreven,
waarvan verschillende die ik persoonlijk beter vond dan Zita Swoon.
Noem er zoz
eens één?
Stef Kamil Carlens: Mijn enige absolute favoriet was Ruddy Turnstone &
Cracra. Maar de groep heeft die naam verworpen. Ruddy Turnstone is nu
mijn 'schilderijmanneke' geworden. Dat wil zeggen dat hij voorkomt
op alle schilderijen die ik maak. En nu heten we voortaan dus zoals we
heten. Ik heb mijn diepe depressie gesoigneerd, en we kijken vooruit.
Maken jullie
het jezelf niet heel moeilijk hier in Antwerpen door binnen elke groep
ook nog eens twintig splintergroepen te cultiveren
Stef Kamil Carlens: Ja, maar het is nu eenmaal zo. Je kan de mensen toch
niet gaan verbieden met elkaar muziek te maken? En die groepen als Kiss
My Jazz of Gore Slut zijn ook echt interessant, vind ik. Alleen is het
soms wat moeilijk te beheren. Die overvloed aan goeie muzikanten is terug
te voeren op het café De Muziekdoos, dat hier wat verder
op de kaai destijds een hele generatie jonge muzikanten de kans gaf live
op te treden en elkaar te leren kennen. En omdat iedereen daar ongeveer
iedere dag zat en speelde, kent iedereen ook iedereens muziek. Met het
bekende gevolg. Maar je moet dat allemaal ook niet te veel mythologiseren,
hoor. Wij spelen gewoon allemaal graag muziek samen en dat leidt soms
wel eens tot agendaproblemen. Maar meer is er niet aan de hand. Al geef
ik wel toe dat die toestanden tot ontzettend veel gezaag leiden
binnen het Antwerpse muzikantenmilieu. Bovendien ben ik nu ook nog zelf
mijn eigen manager geworden. Ik ben nu een businessman. Ik handel in poëzie,
muziek en geld. Fantastisch, toch? Een jaar geleden voelde ik me daar
nog te goed voor. Toen had ik iets hautains van 'een artiest moet zich
niet met geld bezighouden'. Nu regel ik zelf de verkoop van onze T-shirts
en ben ik, voor ik naar hier kwam, met onze bassist een nieuwe camionette
voor de groep gaan zoeken. Ik draai er mijn hand niet voor om hoor.
Je zei, niet
zonder enige weemoed, dat je nog altijd niet weet waarom je dEUS verlaten
hebt, behalve om puur logistieke redenen. Ondertussen trekken ze de wereld
rond en zingen ze ook jouw liedjes. Zou je daar niet graag bij hen op
dat podium staan? Ik liep Tom Barman tegen het lijf in Zaventem toen dEUS
op tournee naar de States vertrok en hij had een verfrommeld briefje in
zijn vestzak zitten met goede-reiswensen van jou. Heb je die trip naar
de States niet op één of andere manier mentaal meegemaakt?
Stef Kamil Carlens: Natuurlijk. Omdat ik voor meer dan 100% achter die
groep sta. Meer dan ooit. Ik voel me ook helemaal niet of ik een < I>ex-lid
van dEUS ben, ook al ben ik er fysiek niet meer bij. Die songs die ik
voor hen geschreven heb, dat zei ik bij het begin van dit gesprek al,
die zijn niet meer van mij, die zijn van hen, èn van de mensen die
naar dEUS komen luistern. Ik heb nu al even niet meer met Tom gepraat,
omdat ze zo lang ginder gezeten hebben, maar ik las in Humo dat Tom een
andere richting uit wil. Dat hij zelfs popmuziek wil gaan maken. Wel,
dat is keimaf, want dat wil ik ook. Betaal mijn og &eactueén
Gueuze en ik ga heel melancholosch doen over de verhouding tussen mij
en dEUS.
Die Gueuze komt.
Hier is alvast mijn schouder.
Stef Kamil Carlens: Ik ben ècht wel een fan van dEUS, hoor. Ik ga
ook overal waar ik kan naar hen kijken. Onlangs nog naar Londen, en twee
weken geleden in Montpellier. Ik speel dan ook graag mee met hen, maar
dat is niet altijd evident, al is het wel altijd hetzelfde ritueel. Ik
klop op de deur van hun kleedkamer en ik zeg dan 'Ha, de gasten!'
en zij zeggen dan één voor één 'Ha, de Stef!'.
En dan vragen ze of ik iets wil drinken en dan zeg ik 'ja' en dan krijg
ik iets te drinken en dan wordt het stil. En dan komt Tommy binnen en
die doet dan één of andere stommiteit en dan gaat ie weer
buiten, je weet wat voor een zenuwpees het is, en dan zeuren we wat weg
en weer, en ik wacht tot iemand vraagt of ik niet meespeel vanavond, maar
niemand vraagt ooit wat. En dan komt Tommy weer binnen en dan maken ze
zich klaar om het podium op te gaan en dan hoop ik dat hij tenminste zal
vragen 'Doet ge niet mee, Stef?' maar hij vraagt ook nooit iets
en dan zeg ik cooltjes 'Oké, mannen ik ga alvast de zaal in'
terwijl ik denk 'Godverdomme, Tommy, vrààg me nu of ik
mee wil doen!' en Tommy vraagt helemaal niets, tot ik ze dan de gang
in zie duiken naar de backstage-ruimte en ze mij als het ware dwingen
om zelf te vragen'Tommy, wilt ge misschien dat ik meespeel vanavond?'
en hij kijkt me dan aan met een gezicht alsof hij net van de maan gevallen
is en dan kijkt hij wat verveeld en doet hij een beetje ambetant en dan
zegt hij tenslotte 'Euh, oh, ja, als ge dat wilt, speelt dan mee hé'.
Ik kan het ook wel begrijpen. Want ik heb de groep natuurlijk verlaten
op een voor hen zeer vervelend moment. Zij hebben mij moeten vervangen
tijdens de plaatopnamen. Dat is iets wat ik Tommy wel gelapt heb, ja.
Al waren daar wel al tenminste driehonderd discussies aan voorafgegaan.
Ik heb hen niet in de steek gelaten, maar ik ben wel niet op het beste
moment weggegaan. Tommy zei me net voor ze naar de U.S.A. vertrokken en
toen we nog eens samen gingen eten dat ik in die tijd niet echt te genieten
was. Tja, ik zat toen echt in de stront, hé. Ik voelde dat mijn
groep Moondog Jr. door de platenfirma systematisch achteruit geschoven
werd ten voordele van dEUS, waar ik óók met hart en ziel in
zat. Voeg daar nog die affaire van die naamsverandering bij, en wat last
met een paar leden mijn groep, en nog wat emotionele problemen: ja, wie
zou dan niét flippen? En ach, ik ben ook nog zo jong, hé.
En jonge mensen worden toch nog verondersteld af en toe iets doms te doen,
of niet?
En midden in
al die ellende zing je als een oude neger het openingsnummer van 'In A
Bar, Under The Sea' in. Ik heb het over het prachtige en zeker in de titel
niet van symbolische waarde ontdane 'I Dont Mind Whatever Happen'.
Stef Kamil Carlens: Een keuze van Tommy. Ik had het nummer al jaren geleden
geschreven en hij had er nog een casette van liggen. Weet je overigens
hoe dat nummer is opgenomen? In een hotelkamer ergens in Frankrijk. Wij
hadden een of andere prijs gewonnen en we werden door Studio Brussel opgebeld
voor een telefonisch interview. Tommy zei me toen dat zodra hij gedaan
zou hebben met spreken, ik dat nummer, 'I Don't Mind Whater Happens',
moest inzetten. En dat heb ik gedaan. Twee meisjes, fans van ons, hebben
dat thuis van de radio opgenomen. Na een optreden hebben ze die tape aan
Tommy gegeven en wat later heeft hij beslist het als dusdanig op de plaat
te zetten.
Als een oude
neger dus, zoals ik zei, want Robert Johnson nam zijn karige complete
works ook in een gammele hotelkamer op. Op dat nummer hoor je toch
duidelijk dat jow stem één van de krachten van dEUS was. Hoor
je die nummers dan nog graag als iemand anders ze zingt?
Stef Kamil Carlens: Natuurlijk. Ze doen dat heel goed. Ik wil wel melancholisch
over dEUS doen, maar ik wil geen verkeer woord over hen zeggen. Of horen.
Een goeie song moet ook kunnen bestaan zonder de stem van degene die ze
geschreven heeft.
Even terug naar
de film. Wat heb je nu geleerd uit die ervaring met 'Sunrise'?
Stef Kamil Carlens: (lacht> Filmmuziek schrijven, zeker? Buiten
het patroon van een song werken ook. En ik heb mijn muzikanten nog meer
leren appreciëren. Benjamin Boutreur bijvoorbeeld. Die ondertussen
dus heeft aangekondigd dat hij opstapt. Maar die ik toch heb leren appreciëren.
En van onze bassist Tomas de Smet en onze drummer Aarich Jespers ben ik
behalve als muzikanten ook heel erg als mensen gaan houden. Ze zijn ook
in het geheel niet bezig met beroemd worden, wat ik een zeer slechte drijfveer
vind om met muziek te beginnen. Beroemd zijn levert artistiek in het geheel
niets op. Het werkt zelfs remmend, denk ik.
Als ik nog eens voor iemand filmmuziek maak, zal die mij echt moeten verleiden.
Of beter nog: betoveren. Ja, schrijf dat maar, dat ik betoverd wil worden.
Dat is de vrwouwelijke kant van een artiest, hé. Welnu, als ik nog
eens filmmuziek voor iemand maak, zal die mij zijn verhaal zo moeten vertellen
dat ik zeg 'Wow! Aan die film wil ik meewerken, meedenken.' Maar
als ze mij gewoon opbellen omdat ik een beetje bekend ben, dan zeg ik
'Fuck off'. Toen Tommy mij vroeg of ik met hem muziek wilde maken
was ik óók niet bekend.
Ik keek vanochten
naar een paar foto's van jou, onder andere die op één van
de vele binnenhoesjes van 'My Sister = My Clock', en al ben ik
maar een amateurpsycholoog, toch moet ik zeggen dat je er niet altijd
even gelukkig uitziet.
Stef Kamil Carlens: Ben ik gelukkig, wil je dat weten? Ik weet het niet.
Ik voel me wel dikwijls gelukkig, maar omdat ik ook een beetje
een naïeveling ben, twijfel ik er soms aan of ik wel écht gelukkig
kan zijn. Ik denk dat geluk veel te maken heeft met de vraag of je jezelf
de tijd gunt om gelukkig te zijn. Dat houdt in dat je soms egoïstisch
moet zijn. En dàt houdt dan weer in dat je in zekere mate je eigen
wetten moet stellen.
Zoals 'Ik ga
niet naar de cinema omdat daar geen honden binnen mogen'.
Stef Kamil Carlens: Bijvoorbeeld. Al heeft dat er eigenlijk niets mee
te maken. Ik ga niet met mijn hond naar de cinema omdat die daar toch
niks aan heeft. Ik neem hem ook niet mee op tournee omdat hij dan te lang
in de auto moet zitten en omdat hij in veel landen toch niet binnenmag.
Het schijnt
dat honden ook verschrikkelijk afzien van de decibels die een muziekgroep
teweegbrengt.
Stef Kamil Carlens: Dat gaat in ons geval niet op omdat wij heel stil
spelen. Ons devies is toch 'No More Loud Music'...
Maar wat ik wou zzeggen... Laatst kwam ik van een vergadering met onze
ex-managers en toen dacht ik 'Shit, ik ben eigenlijk niet gelukkig'.
Mensen gedragen zich zo vaak zo vreemd dat je niet meer weet wie je wel
en wie je niet mag vertrouwen. Daarom is het beter niet door te denken.
Want eigenlijk ken je zelfs je beste vrienden niet, hé. Eigenlijk
ken ik de vrouw met wie ik leef ook niet echt. Daar kan ik soms ongelukkig
om zijn. Maar je haalt er natuurlijk ook kracht uit.
Eigenlijk ben ik een ongelukkige optimist, denk ik. In elk geval ben ik
niet het type dat zich op een dag een kogel door zijn kop zal schieten.
En ook niet zo rap door andermans kop. Daarvoor hou ik te veel van die
paar momenten dat ik me echt voel leven. Vorig jaar in augustus was ik
net uit dEUS gestapt en had ik plotseling een aanval van energie. Ik schilderde
toen, ik schreef gedichtjes, en songs, en ik maakte muziek en ik dacht:
nu begint het leven pas echt. Maar amaai, als ik dat nu bekijk, heb ik
toen de meest sombere dingen van mijn leven gemaakt.
Maar dat moet nu maar eens gedaan zijn. De volgende plaat van Zita Swoon,
die overigens al bijna af is, moet een vrolijke worden. Een Bob Marley-plaat.
Of misschien wel de zwartste plaat van alle tijden.
Zullen we het
hierbij houden?
Stef Kamil Carlens: Oké. (Dan, tegen zijn hond:) Kom, jong,
we gaan frieten eten.
* * *
De hond Sammy springt
in een geïmproviseerde bak voor op Stef Kamil Carlens' fiets. Man en
dier rijden door de bakkende voorjaarszon naar het zuiden van de havenstad.
Ik bedenk dat ik vergeten ben te vragen wat Zita Swoon nu echt betekent
en vraag in plaats daarvan dan maar de rekening.
Zita Swoon en
'Sunrise'
'Sunrise' van F.W. Murnau met live-muziek van Zita Swoon: Stadsschouwburg
Brugge (20 mei), De Warande Turnhout (23 mei), De Velinx Tongeren (24 mei),
Vooruit Gent (25 mei), Bourla Antwerpen (27 mei), Stadsschouwburg Leuven
(28 mei), Stadsschouwburg Kortrijk (29 mei) en Ancienne Belgique Brussel
(3 juni). |