Vergezicht? Washandje?
Killer virus? Barman? Vliegtuig? Mes en vork?
Stef Kamil Carlens:
'Weet je dat ik anderhalf jaar geleden nog nooit een .... van dichtbij
had gezien?'
Stef Kamil Carlens
zit kennelijk niet graag stil: terwijl de overige groepsleden van dEUS
zich na een slopende festivaltournee minstens een half jaar in vrijwillige
quarantaine terugtrokken of er door het vele werk en de stress definitief
mee kapten, dook de dEUS-bassist met een paar vrienden de studio in om
een plaatje op te nemen. En niet zo maar een snel tussendoortje. De plaat
van Moondog Jr. verschijnt net als het dEUS-werk bij het vermaarde Island
Records, werd door Michael Blair (bekend van goed volk als Tom Waits
en Elvis Costello) geproduceerd en torst een langere titel dan al die
van dEUS samen: 'Everyday I wear a greasy black feather on my hat'.
We ontmoeten de groep in Rijsel, vlak voor hun eerste optreden in het
voorprogramma van Morphine. Het is meteen duidelijk wie van het vijftal
de meeste ervaring heeft in het muziekwereldje: Carlens voert het woord,
terwijl de anderen (Tom, Benjamin, Aarich en Tomas) nadenken. 'Het grootste
misverstand tot nu toe,' zegt Stef Kamil terwijl de anderen nog steeds
nadenken, 'is dat we een hobbyclubje zouden zijn, of een afsplitsing van
dEUS.'
Wat zijn jullie
dan wèl? Waarom bestaan jullie?
Stef Kamil Carlens: Omdat we de groep nodig hebben. Het is zoiets
als eten en drinken. Het wordt een deel van jeleven. Ik heb altijd gedroomd
van muziek maken en op een podium staan. Ik ben heel jong gitaar beginnen
spelen. In het begin imiteer je vooral. Je speelt je helden na. Maar er
komt een moment - als alles goed zit - dat je zèlf aan de slag gaat,
zèlf met poëzie en klankkleuren en arrangementen gaat experimenteren:
dàn pas wordt het iets dat je niet meer kunt loslaten. Dan vreet
het zich een weg naar je ziel. Dat is het mooitste. Als je het geluk -
of het ongeluk - hebt om daarna platen te maken en op tournee te gaan,
wordt het nooit meer hetzelfde. Dan begin je te relativeren, en je af
te vragen of het ècht wel zo'n noodzaak is. Je krijgt namelijk zicht
op de komische kant van de zaak: het karikaturale, het muziekcircus. Daar
moet je zo ver mogelijk vandaan blijven, anders schaadt het je muziek.
Je kunt ook zeggen: fuck it, ik speel het spelletje mee, maar laat
het niet aan mijn hart komen. Onlangs had ik met Tommy (Barman) en Guy
(Van Nueten, van The Sands) een lange discussie over de vraag of The Sands
al dan niet op tv zouden playbacken, en aan iedereen die het vraagt interviews
toestaan. Ik vind dat je daar voorzichtig mee moet zijn. De vraag is:
beschouw je een lied op zich, of beschouw je het leven van de muzikant
bij het lied? Is het belangrijk om te weten wat voor mens er achterzit,
wat hij denkt, hoe hij eruit ziet? Draagt die wetenschap iets bij tot
het lied? Nee toch? Het kan er veeleer afbreuk aan doen. Als je 'Anne'
van Clouseau een mooi nummer vond, en je ziet Koen Wauters een paar jaar
later op zakjes chips staan... Kun je daar blind voor zijn? Toen ik hoorde
dat Nick Cave met Kylie Minogue in de studio zat, verloor 'The firstborn
is dead' (Cave's tweede solo-plaat, red.) voor mij meteen veel
van zijn glans. Nu ik het nummer gehoord heb vind ik het nogal meevallen,
maar toch...
Ik vind dat je best zo ver mogelijk uit de buurt van de schijnwerpers
blijft en je muziek zoveel mogelijk voor zichzelf laat spreken. Binnen
een groep bestaat er een soort energie die je moet beschermen. Als je
alles uit de doeken doet, je hele filosofie uitlegt, alle verhoudingen
binnen de groep blootlegt en alles tot in de puntjes verklaart, bestaat
het gevaar dat buitenstaanders in je... heiligdom binnendringen en dat
je kracht verslapt. 't Is in dit wereldje heel moeilijk om radicaal en
consequent te zijn. Je moét soms water in je wijn doen. Maar die
energie, die kracht: dié moet je koste wat het kost vrijwaren. Ze
moet intact blijven en haar natuurlijke vorm behouden Ik zag in The
Face onlangs een reportage over een kerel van Take That. Hij had plots
piercings, hij stond daar met zijn hand op zijn kloten, en op één
foto stond een close-up van zijn onderbroek. Kijk: dàt is foute
boel. Dat is de natuur van je groep - voor zoverre die er in het geval
van Take That ooit was natuurlijk - naar de knoppen helpen.
Het is voor ons ook een compleet raadsel. Wij zijn telkens weer verbaasd
als een nummer klaar is. Het resultaat is voor ons soms een even grote
verrassing als voor de luisteraar. Een verrassing en met een beetje geluk
een mirakel. Je hebt het niet in de hand, je kunt het niet uitleggen en
je màg er ook niet over nadenken, wil je de essentie van je groep
niet aantasten. Bij Moondog Jr. weet iedereen waar zijn grenzen liggen,
en waar de openingen in de muziek moeten zitten. Het gaat heel vlot bij
ons. Er is nóóit over nagedacht. Het zat meteen goed.
Kun je het moment
herinneren waarop je besefte: ik kan méér dan deuntjes naspelen?
Carlens: Dat is heel geleidelijk gebeurd. Het was in de periode
waarin ik vaak samen met Tommy speelde en we hard op zoek waren naar een
manier om een lied te schrijven. En er komt een moment dat je weet: deze
tekst, dat ben ik. Die heb ik geschreven, en niemand anders
had het zo gekund. Mijn ziel zit erin. Het is het moment dat je méér
wilt dan jezelf uitdrukken, dat het méér wordt dan een muzikaal
dagboek, en je het domein van de pure schoonheid betreedt (stilte).
Tijdens mijn tienerjaren was ik met kunst bezig. Ik heb me mijn hele humanioratijd
afgevraagd wat kunst precies is. Nu lijkt iedereen op zoek naar de geheime
formule om een lied te schrijven. Die formule is er gewoonweg niet.
Het gaat vanzelf. Daar wil ik echt in blijven geloven: dat het iets ongrijpbaars
is, iets waarmee je niet mag knoeien. En zo wil ik er ook naar blijven
luisteren.
Als Tommy en ik dEUS-nummers maken, probeer ik zo weinig moelijk naar
zijn teksten te luisteren. Ik probeer de sfeer ervan te doorgronden. Net
zoals ik vroeger, toen ik nog maar weinig Engels kende, naar Tom Waits
luisterde en naar 'An American Prayer' van The Doors: een plaat waar ik
in het begin echt bàng van was. Zo luister ik nog altijd het liefst
naar muziek; onbevangen en vrij. Hoe meer je van een song afweet, hoe
minder ruim en groot hij wordt.
Vorig jaar hoorde ik Tommy tijdens een interview uitleggen waar 'Hotellounge'
over ging: over hoe hij vroeger samen met zijn moeder wel eens in de bar
van een hotel iets ging drinken. Het was een schok voor mij (lacht).
Ik kon niet geloven dat een song met die intense sfeer over zoiets banaals
ging. Ik kon en wilde me niet beperken tot het beeld van Tommy en zijn
moeder in die bar. Voor mij is 'Hotellounge' veel groter dan dat. Veel
méér.
Humo: Wat zijn jullie gemeenschappelijke karaktertrekken? Wat bindt
jullie? Carlens: We zijn allemaal rustige jongens. En we zijn
vrolijke mensen. Misschien dat niet meteen op, als je de plaat hoort (lacht).
Maar 't is niet omdat je vrolijk bent dat je bepaalde trieste kanten van
het leven gaat ontkennen. Of omgekeerd: je kunt het leven een tranendal
vinden en er toch met de glimlach aan deelnemen. Misschien laten wij onze
somberheid in onze muziek achter, en vallen we er elkaar niet mee lastig.
Als je een melancholisch nummer schrijft, kun je jezelf daar echt in verliezen.
Je verheerlijkt verdriet. In plaats van het weg te moffelen bouw je er
een tempeltje voor. Je kunt het achterlaten en het daarna weer opzoeken.
Er is trouwens een groot verschil tussen muziek schrijven en muziek spelen.
Spelen is één van de ultieme geneugten van het leven. De kracht,
de energie... heerlijk is dat. Maar dààrover wil ik niet zingen:
over hoe leuk het wel is om met mijn vrienden op een podium te staan.
Als ik schrijf ben ik vaak in een neerslachtige bui. Ik heb soms het gevoel
dat ik het wil uitschreeuwen, dat ik dringend mijn agressie kwijt moet
raken. Dat soort dingen kan je in een song gewoon doen, zonder er iemand
schade mee te berokkenen. Met een beetje geluk genieten de mensen er nog
van ook. Ik vind het in ieder geval prachtig: iemand zien of horen die
compleet opgaat in zijn verdriet of in zijn agressie, zonder dat het mij
kan schaden. Dat is het knappe aan kunst, vind ik. Je kan op een volstrekt
ongevaarlijke manier heel intense dingen doen. Ik heb dat nodig. Anders
zou ik misschien met een baseball-knuppel onder mijn jas op café
gaan.
Misschien klinkt dit allemaal wat te eenzijdig. Muziek is één
van de belangrijkste dingen in mijn leven, maar het is niet alles. Een
vriend is veel belangrijker dan een song. Ik heb liever iemand die om
me geeft en die voor me zorgt wanneer ik problemen heb, dan de ultieme
song.
Je geeft er anders
wèl een flinke lap op: dEUS is amper terug in het land en jij trekt
er wéér voor twee volle maanden op uit.
Carlens: Mèt vier goeie vrienden. Daat zit het 'm nu net.
Ik heb er geen moment aan getwijfeld. Voor mij was het de normaalste zaak
van de wereld. Wij spelen al jaren samen. Met Aarich (Jespers) maak ik
al zes jaar muziek. We hebben al die jaren nummers geschreven en gerepeteerd,
maar er noot de vruchten van geplukt. Nu pas komt onze eerste cd uit en
hebben we allemaal tijd om op tournee te gaan. Het zou stom zijn om het
nièt te doen. Het had geen zin om nog eens een jaar te wachten.
Over enkele maanden moet ik weer met dEUS de studio in. Het was nu of
nooit.
Als het er nièt van gekomen was, zou dat geen ramp geweest zijn.
Tom (Pintens) en Benjamin (Boutreur) spelen in Flowers For Breakfast,
we zijn allemaal met de meest uiteenlopende dingen bezig. Zelfs als we
géén groep hebben, maken we muziek. Ik heb jarenlang op straat
gespeeld, of in cafés. Dat deed evenveel deugd als in het voorprogramma
van Morphine spelen.
Benjamin: We zijn al zo lang met muziek bezig, en plots begint
het te lukken. Dat zadelt je op met vreemde schizofrene gevoelens. Je
vraagt je af waarom dat vroeger niet kon. Maar zo werkt het nu eenmaal:
je hebt mensen nodig die achter je staan. In je eentje kom je er niet.
Ik ben er zeker van dat we via Moondog Jr. de nodige interesse in Flowers
For Breakfast zullen kunnen opwekken. Net zoals de interesse in Moondog
Jr. veel te maken heeft met de populariteit van dEUS. Dat is een goeie
zaak. Je moet elkaar helpen.
Carlens Bij Island hadden ze dit niet meteen verwacht. We
hadden hen in het begin nochtans gewaarschuwd: er is méér
dan alleen dEUS. Er is Kiss My Jazz, Moondog Jr., General Electrique...
Ze hadden niet gedacht dat er iets van zou komen, denk ik. Het enige wat
hen interesseerde was dEUS. Nu begrijpen ze ongeveer hoe ons systeem werkt.
Ze hebben veel bijgeleerd. Net als wij, trouwens. Anderhalf jaar geleden
had ik nog nooit een vliegtuig van dichtbij gezien (lacht).
'De naam Moondog
Jr. symboliseert een voor mij sterk aanwezige dualiteit in muziek en leven,'
schreef je. Kun je dat uitleggen?
Carlens: Het heeft met heersen en dienen te maken. Je moet die
twee dingen kunnen combineren. In alle relaties die je als mens onderhoudt.
In een groep moet je elkaar dienen, zonder je eigen filosofie uit het
oog te verliezen, of je eigen gevoelens te ontkennen. Je moet de heerser
van je eigen universum zijn en weten wat je wilt en voelt, maar je mag
jezelf niet opdringen. In de clip van 'TV Song' draag ik een petje met
het opschrift: 'Captain of my life'. Daar komt het op neer: iedereen
staat aan het roer van zijn eigen leven, iedereen kiest zijn eigen richting
en zorgt er tegelijk voor dat hij de levens in de buurt niet ramt. Het
gaat om het besef dat er in anderen iets waardevols kan zitten, iets dat
in combinatie met wat je zelf te bieden hebt heel mooie dingen kan opleveren..
Ik had deze plaat in mijn eentje kunnen maken, maar ik zou me minder goed
geamuseerd hebben. Ze zou niet minder interessant geweest zijn. Ze zou
wel helemaal anders geklonken hebben. Ik wil met anderen samenwerken.
Want het is méér dan muziek; het is een manier van leven.
Muziek maken is een goeie manier om met elkaar te leven.
Ricky Lee Jones
wil, nadat ze haar naam in 'Hotellounge' had horen vallen, met dEUS samenwerken.
Wie zou Moondog Jr. op die manier een plezier kunnen doen?
Carlens: Ik fantaseer niet over zulke dingen. Ik zou het wel leuk
vinden als bepaalde mensen deze plaat zouden horen. Toen Captain Beefheart
liet weten dat hij dEUS een goeie groep vond, deed me dat wel iets. Onze
plaat zal via Michael Blair ongetwijfeld in de juiste handen terechtkomen.
Die van Tom Waits misschein. Let op: ik heb Waits' goedkeuring niet nodig.
Ik zou het wel prettig vinden om te weten wat hij ervan vindt en dat heeft
niets met ambitie te maken. Je wil gewoon dat geestesverwanten met je
geesteskind in contact komen.
Sommige van je
songs klinken wel héél Tom Waitserig.
Carlens: Dat krijg ik voortdurend te horen. Het kan me niet schelen.
Ik zal die invloed nooit ontkennen. Ik heb vijf jaar doorgebracht met
vrijwel uitsluitend naar Tom Waits te luisteren. Het zou vreemd zijn als
je daar geen enkel spoor van in mijn muziek terugvond.
Bestaat er kritiek
die je absoluut niet zou pikken?
Carlens: Ik weet het niet. Ik heb geleerd dat, hoe vaak je ook
zegt dat het je allemaal geen barst kan schelen, het toch niet altijd
gemakkelijk is om kritiek naast je neer te leggen. Maar meestal... (stilte)
Er zijn mensen die ons arty vinden, maar dat is quantité
négligeable. Ik zou zeggen: koop dan een andere plaat. Ik heb
geen voeling met dat soort mensen. Ik heb geen behoefte aan lui die overal
en altijd en over alles hun mening willen ventileren.
Er zijn, vermoed ik, weinig groepen die zo vaak 'nee' zeggen. Met dEUS
hadden we nu met PJ Harvey in de Verenigde Saten op tournee kunnen zijn.
Dat hebben we geweigerd. We willen niet dat het te snel gaat, dat we plots
op een niveau zouden zitten waar we niet thuis horen, waar we niet willen
zijn. We hebben het voor een groot stuk aan onszelf te danken, maar we
zitten echt wel in een ideale situatie.
|