media

go to the media index

About INTERVIEW WITH MOONDOG JR
Source HUMO
Issue/date October 1995
Author Gie Knoeps
transcribed by PAUL VAN GORP

Please e-mail me if you can provide a translation for this text

Vergezicht? Washandje? Killer virus? Barman? Vliegtuig? Mes en vork?

Stef Kamil Carlens: 'Weet je dat ik anderhalf jaar geleden nog nooit een .... van dichtbij had gezien?'

Stef Kamil Carlens zit kennelijk niet graag stil: terwijl de overige groepsleden van dEUS zich na een slopende festivaltournee minstens een half jaar in vrijwillige quarantaine terugtrokken of er door het vele werk en de stress definitief mee kapten, dook de dEUS-bassist met een paar vrienden de studio in om een plaatje op te nemen. En niet zo maar een snel tussendoortje. De plaat van Moondog Jr. verschijnt net als het dEUS-werk bij het vermaarde Island Records, werd door Michael Blair (bekend van goed volk als Tom Waits en Elvis Costello) geproduceerd en torst een langere titel dan al die van dEUS samen: 'Everyday I wear a greasy black feather on my hat'.
We ontmoeten de groep in Rijsel, vlak voor hun eerste optreden in het voorprogramma van Morphine. Het is meteen duidelijk wie van het vijftal de meeste ervaring heeft in het muziekwereldje: Carlens voert het woord, terwijl de anderen (Tom, Benjamin, Aarich en Tomas) nadenken. 'Het grootste misverstand tot nu toe,' zegt Stef Kamil terwijl de anderen nog steeds nadenken, 'is dat we een hobbyclubje zouden zijn, of een afsplitsing van dEUS.'

Wat zijn jullie dan wèl? Waarom bestaan jullie?
Stef Kamil Carlens: Omdat we de groep nodig hebben. Het is zoiets als eten en drinken. Het wordt een deel van jeleven. Ik heb altijd gedroomd van muziek maken en op een podium staan. Ik ben heel jong gitaar beginnen spelen. In het begin imiteer je vooral. Je speelt je helden na. Maar er komt een moment - als alles goed zit - dat je zèlf aan de slag gaat, zèlf met poëzie en klankkleuren en arrangementen gaat experimenteren: dàn pas wordt het iets dat je niet meer kunt loslaten. Dan vreet het zich een weg naar je ziel. Dat is het mooitste. Als je het geluk - of het ongeluk - hebt om daarna platen te maken en op tournee te gaan, wordt het nooit meer hetzelfde. Dan begin je te relativeren, en je af te vragen of het ècht wel zo'n noodzaak is. Je krijgt namelijk zicht op de komische kant van de zaak: het karikaturale, het muziekcircus. Daar moet je zo ver mogelijk vandaan blijven, anders schaadt het je muziek.
Je kunt ook zeggen: fuck it, ik speel het spelletje mee, maar laat het niet aan mijn hart komen. Onlangs had ik met Tommy (Barman) en Guy (Van Nueten, van The Sands) een lange discussie over de vraag of The Sands al dan niet op tv zouden playbacken, en aan iedereen die het vraagt interviews toestaan. Ik vind dat je daar voorzichtig mee moet zijn. De vraag is: beschouw je een lied op zich, of beschouw je het leven van de muzikant bij het lied? Is het belangrijk om te weten wat voor mens er achterzit, wat hij denkt, hoe hij eruit ziet? Draagt die wetenschap iets bij tot het lied? Nee toch? Het kan er veeleer afbreuk aan doen. Als je 'Anne' van Clouseau een mooi nummer vond, en je ziet Koen Wauters een paar jaar later op zakjes chips staan... Kun je daar blind voor zijn? Toen ik hoorde dat Nick Cave met Kylie Minogue in de studio zat, verloor 'The firstborn is dead' (Cave's tweede solo-plaat, red.) voor mij meteen veel van zijn glans. Nu ik het nummer gehoord heb vind ik het nogal meevallen, maar toch...
Ik vind dat je best zo ver mogelijk uit de buurt van de schijnwerpers blijft en je muziek zoveel mogelijk voor zichzelf laat spreken. Binnen een groep bestaat er een soort energie die je moet beschermen. Als je alles uit de doeken doet, je hele filosofie uitlegt, alle verhoudingen binnen de groep blootlegt en alles tot in de puntjes verklaart, bestaat het gevaar dat buitenstaanders in je... heiligdom binnendringen en dat je kracht verslapt. 't Is in dit wereldje heel moeilijk om radicaal en consequent te zijn. Je moét soms water in je wijn doen. Maar die energie, die kracht: dié moet je koste wat het kost vrijwaren. Ze moet intact blijven en haar natuurlijke vorm behouden Ik zag in The Face onlangs een reportage over een kerel van Take That. Hij had plots piercings, hij stond daar met zijn hand op zijn kloten, en op één foto stond een close-up van zijn onderbroek. Kijk: dàt is foute boel. Dat is de natuur van je groep - voor zoverre die er in het geval van Take That ooit was natuurlijk - naar de knoppen helpen.
Het is voor ons ook een compleet raadsel. Wij zijn telkens weer verbaasd als een nummer klaar is. Het resultaat is voor ons soms een even grote verrassing als voor de luisteraar. Een verrassing en met een beetje geluk een mirakel. Je hebt het niet in de hand, je kunt het niet uitleggen en je màg er ook niet over nadenken, wil je de essentie van je groep niet aantasten. Bij Moondog Jr. weet iedereen waar zijn grenzen liggen, en waar de openingen in de muziek moeten zitten. Het gaat heel vlot bij ons. Er is nóóit over nagedacht. Het zat meteen goed.

Kun je het moment herinneren waarop je besefte: ik kan méér dan deuntjes naspelen?
Carlens: Dat is heel geleidelijk gebeurd. Het was in de periode waarin ik vaak samen met Tommy speelde en we hard op zoek waren naar een manier om een lied te schrijven. En er komt een moment dat je weet: deze tekst, dat ben ik. Die heb ik geschreven, en niemand anders had het zo gekund. Mijn ziel zit erin. Het is het moment dat je méér wilt dan jezelf uitdrukken, dat het méér wordt dan een muzikaal dagboek, en je het domein van de pure schoonheid betreedt (stilte).
Tijdens mijn tienerjaren was ik met kunst bezig. Ik heb me mijn hele humanioratijd afgevraagd wat kunst precies is. Nu lijkt iedereen op zoek naar de geheime formule om een lied te schrijven. Die formule is er gewoonweg niet. Het gaat vanzelf. Daar wil ik echt in blijven geloven: dat het iets ongrijpbaars is, iets waarmee je niet mag knoeien. En zo wil ik er ook naar blijven luisteren.
Als Tommy en ik dEUS-nummers maken, probeer ik zo weinig moelijk naar zijn teksten te luisteren. Ik probeer de sfeer ervan te doorgronden. Net zoals ik vroeger, toen ik nog maar weinig Engels kende, naar Tom Waits luisterde en naar 'An American Prayer' van The Doors: een plaat waar ik in het begin echt bàng van was. Zo luister ik nog altijd het liefst naar muziek; onbevangen en vrij. Hoe meer je van een song afweet, hoe minder ruim en groot hij wordt.
Vorig jaar hoorde ik Tommy tijdens een interview uitleggen waar 'Hotellounge' over ging: over hoe hij vroeger samen met zijn moeder wel eens in de bar van een hotel iets ging drinken. Het was een schok voor mij (lacht). Ik kon niet geloven dat een song met die intense sfeer over zoiets banaals ging. Ik kon en wilde me niet beperken tot het beeld van Tommy en zijn moeder in die bar. Voor mij is 'Hotellounge' veel groter dan dat. Veel méér.
Humo: Wat zijn jullie gemeenschappelijke karaktertrekken? Wat bindt jullie? Carlens: We zijn allemaal rustige jongens. En we zijn vrolijke mensen. Misschien dat niet meteen op, als je de plaat hoort (lacht). Maar 't is niet omdat je vrolijk bent dat je bepaalde trieste kanten van het leven gaat ontkennen. Of omgekeerd: je kunt het leven een tranendal vinden en er toch met de glimlach aan deelnemen. Misschien laten wij onze somberheid in onze muziek achter, en vallen we er elkaar niet mee lastig. Als je een melancholisch nummer schrijft, kun je jezelf daar echt in verliezen. Je verheerlijkt verdriet. In plaats van het weg te moffelen bouw je er een tempeltje voor. Je kunt het achterlaten en het daarna weer opzoeken.
Er is trouwens een groot verschil tussen muziek schrijven en muziek spelen. Spelen is één van de ultieme geneugten van het leven. De kracht, de energie... heerlijk is dat. Maar dààrover wil ik niet zingen: over hoe leuk het wel is om met mijn vrienden op een podium te staan. Als ik schrijf ben ik vaak in een neerslachtige bui. Ik heb soms het gevoel dat ik het wil uitschreeuwen, dat ik dringend mijn agressie kwijt moet raken. Dat soort dingen kan je in een song gewoon doen, zonder er iemand schade mee te berokkenen. Met een beetje geluk genieten de mensen er nog van ook. Ik vind het in ieder geval prachtig: iemand zien of horen die compleet opgaat in zijn verdriet of in zijn agressie, zonder dat het mij kan schaden. Dat is het knappe aan kunst, vind ik. Je kan op een volstrekt ongevaarlijke manier heel intense dingen doen. Ik heb dat nodig. Anders zou ik misschien met een baseball-knuppel onder mijn jas op café gaan.
Misschien klinkt dit allemaal wat te eenzijdig. Muziek is één van de belangrijkste dingen in mijn leven, maar het is niet alles. Een vriend is veel belangrijker dan een song. Ik heb liever iemand die om me geeft en die voor me zorgt wanneer ik problemen heb, dan de ultieme song.

Je geeft er anders wèl een flinke lap op: dEUS is amper terug in het land en jij trekt er wéér voor twee volle maanden op uit.
Carlens: Mèt vier goeie vrienden. Daat zit het 'm nu net. Ik heb er geen moment aan getwijfeld. Voor mij was het de normaalste zaak van de wereld. Wij spelen al jaren samen. Met Aarich (Jespers) maak ik al zes jaar muziek. We hebben al die jaren nummers geschreven en gerepeteerd, maar er noot de vruchten van geplukt. Nu pas komt onze eerste cd uit en hebben we allemaal tijd om op tournee te gaan. Het zou stom zijn om het nièt te doen. Het had geen zin om nog eens een jaar te wachten. Over enkele maanden moet ik weer met dEUS de studio in. Het was nu of nooit.
Als het er nièt van gekomen was, zou dat geen ramp geweest zijn. Tom (Pintens) en Benjamin (Boutreur) spelen in Flowers For Breakfast, we zijn allemaal met de meest uiteenlopende dingen bezig. Zelfs als we géén groep hebben, maken we muziek. Ik heb jarenlang op straat gespeeld, of in cafés. Dat deed evenveel deugd als in het voorprogramma van Morphine spelen.
Benjamin: We zijn al zo lang met muziek bezig, en plots begint het te lukken. Dat zadelt je op met vreemde schizofrene gevoelens. Je vraagt je af waarom dat vroeger niet kon. Maar zo werkt het nu eenmaal: je hebt mensen nodig die achter je staan. In je eentje kom je er niet. Ik ben er zeker van dat we via Moondog Jr. de nodige interesse in Flowers For Breakfast zullen kunnen opwekken. Net zoals de interesse in Moondog Jr. veel te maken heeft met de populariteit van dEUS. Dat is een goeie zaak. Je moet elkaar helpen.
Carlens Bij Island hadden ze dit niet meteen verwacht. We hadden hen in het begin nochtans gewaarschuwd: er is méér dan alleen dEUS. Er is Kiss My Jazz, Moondog Jr., General Electrique... Ze hadden niet gedacht dat er iets van zou komen, denk ik. Het enige wat hen interesseerde was dEUS. Nu begrijpen ze ongeveer hoe ons systeem werkt. Ze hebben veel bijgeleerd. Net als wij, trouwens. Anderhalf jaar geleden had ik nog nooit een vliegtuig van dichtbij gezien (lacht).

'De naam Moondog Jr. symboliseert een voor mij sterk aanwezige dualiteit in muziek en leven,' schreef je. Kun je dat uitleggen?
Carlens: Het heeft met heersen en dienen te maken. Je moet die twee dingen kunnen combineren. In alle relaties die je als mens onderhoudt. In een groep moet je elkaar dienen, zonder je eigen filosofie uit het oog te verliezen, of je eigen gevoelens te ontkennen. Je moet de heerser van je eigen universum zijn en weten wat je wilt en voelt, maar je mag jezelf niet opdringen. In de clip van 'TV Song' draag ik een petje met het opschrift: 'Captain of my life'. Daar komt het op neer: iedereen staat aan het roer van zijn eigen leven, iedereen kiest zijn eigen richting en zorgt er tegelijk voor dat hij de levens in de buurt niet ramt. Het gaat om het besef dat er in anderen iets waardevols kan zitten, iets dat in combinatie met wat je zelf te bieden hebt heel mooie dingen kan opleveren..
Ik had deze plaat in mijn eentje kunnen maken, maar ik zou me minder goed geamuseerd hebben. Ze zou niet minder interessant geweest zijn. Ze zou wel helemaal anders geklonken hebben. Ik wil met anderen samenwerken. Want het is méér dan muziek; het is een manier van leven. Muziek maken is een goeie manier om met elkaar te leven.

Ricky Lee Jones wil, nadat ze haar naam in 'Hotellounge' had horen vallen, met dEUS samenwerken. Wie zou Moondog Jr. op die manier een plezier kunnen doen?
Carlens: Ik fantaseer niet over zulke dingen. Ik zou het wel leuk vinden als bepaalde mensen deze plaat zouden horen. Toen Captain Beefheart liet weten dat hij dEUS een goeie groep vond, deed me dat wel iets. Onze plaat zal via Michael Blair ongetwijfeld in de juiste handen terechtkomen. Die van Tom Waits misschein. Let op: ik heb Waits' goedkeuring niet nodig. Ik zou het wel prettig vinden om te weten wat hij ervan vindt en dat heeft niets met ambitie te maken. Je wil gewoon dat geestesverwanten met je geesteskind in contact komen.

Sommige van je songs klinken wel héél Tom Waitserig.
Carlens: Dat krijg ik voortdurend te horen. Het kan me niet schelen. Ik zal die invloed nooit ontkennen. Ik heb vijf jaar doorgebracht met vrijwel uitsluitend naar Tom Waits te luisteren. Het zou vreemd zijn als je daar geen enkel spoor van in mijn muziek terugvond.

Bestaat er kritiek die je absoluut niet zou pikken?
Carlens: Ik weet het niet. Ik heb geleerd dat, hoe vaak je ook zegt dat het je allemaal geen barst kan schelen, het toch niet altijd gemakkelijk is om kritiek naast je neer te leggen. Maar meestal... (stilte) Er zijn mensen die ons arty vinden, maar dat is quantité négligeable. Ik zou zeggen: koop dan een andere plaat. Ik heb geen voeling met dat soort mensen. Ik heb geen behoefte aan lui die overal en altijd en over alles hun mening willen ventileren.
Er zijn, vermoed ik, weinig groepen die zo vaak 'nee' zeggen. Met dEUS hadden we nu met PJ Harvey in de Verenigde Saten op tournee kunnen zijn. Dat hebben we geweigerd. We willen niet dat het te snel gaat, dat we plots op een niveau zouden zitten waar we niet thuis horen, waar we niet willen zijn. We hebben het voor een groot stuk aan onszelf te danken, maar we zitten echt wel in een ideale situatie.

 

If you have any additions or amendments, however small, please mail me at zitareviews@mandarinmedia.com and it will included.

go to the media index 

Take me Home!

[Back to the Zita Swoon Homepage]