|
Pop aan de Vlaamse
kaai
Belgische popmuziek
bloeit uit gemis
Hoe verschillend ze
onderling ook zijn, het succes van de vele Belgische bands is opmerkelijk.
het epicentrum van de rock-explosie is Antwerpen. "Er zijn gewoon veel mensen
die zeggen: 'fuck the mainstream.'"
Het dorp Opwijk,
even ten zuiden van Brussel, biedt een spookachtige aanblik op vrijdagavond
18 december. De straat van het station - laatste trein terug naar Brussel:
21.27u - naar het marktplein is aan weerszijden geflankeerd door hermetisch
gesloten rolluiken. Hier en daar verraadt een streep licht tussen zware
overgordijnen de aanwezigheid van bewoners. Om de bocht naar één
van de twee grote kruispunten die het dorp rijk is, lijkt het of je een
ander universum betreedt. Badend in het licht van sterke spotlights verdringen
jongeren zich rondom de kassa van jongerencentrum Nijdrop. Vrijwel alle
bezoekrs zijn per auto uit Brussel naar deze omgebouwde boerderij gekomen
om vanavond de Gentse bands Das Pop en Soulwax te zien optreden.
Vierhonderd opvallend trendy geklede tieners en twintigers staan onder
vlaggen van sponsors HUMO en Studio Brussel te nippen aan plastic bekertjes
Jupiler-bier. Terwijl de leden van Das Pop zich door drie kwartier zompige
akkoorden en hoekig draaiende metal-riffs heenzweten, bezoeken zij nog
eens de toiletten of gaan op zoek naar wisselgeld voor de sigarettenautomaat.
Het is duidelijk dat de meeste concertgangers de vierhonderd francs entreegeld
hebben betaald omwille van de hoofdact van vanavond.
Als na de pauze de in gladde maatpakken gestoken leden van Soulwax het
podium betreden stroomt het publiek dan ook massaal tot vlak voor de boxen.
Ingespannen luistert een uitverkocht huis naar Soulwax' mengeling van
Led Zeppelin-gitaren, funky grooves en hip-hop beats. De met getormenteerde
uithalen gezongen teksten over liefde, bedrog en eeuwig onbegrip worden
ondersteund door recht-op-en-neer ritmes, gruizige gitaren, rollende baslijnen
en hier en daar een toefje synthesizerakkoorden. Het publiek beweegt nauwelijks
maar laat zijn instemming blijken middels beschaafd applaus na ieder nummer.
Alleen tijdens het lijflied 'Poplife' komt de menigte tot leven. Uit een
paar honderd kelen klinkt: 'This is pop / Everybody wants to be on top.'
Biljart
Dat Soulwax 'on top' is staat vast. De band is verreweg de bekendste popgroep
uit Oost-Vlaanderen. In zes jaar tijd werkte deze vijfmansformatie onder
leiding van de broers David en Stephen Dewaele zich op van het spelen
op het biljart van de plaatselijke kroeg naar een band met internationale
allure en een bijpassend platencontract bij maatschappij Play it again
Sam.
Soulwax maakt deel uit van de recente golf aan alternatieve Vlaamse popgroepen,
die België als popnatie op de kaart heeft gezet. Cd's van bands als
dEUS, Moondog Jr., Evil Superstars, Die Anarchistische Abendunterhaltung,
Kiss my Jazz, Flowers for Breakfast, Nemo, Cinérex, Dead Man Ray
en vele andere gezelschappen vullen de schappen van de muziekhandel. Belgische
bands zijn een vast onderdeel geworden van grote festivals als Pinkpop,
Lowlands en Torhout-Werchter. Vooral Gent en Antwerpen blijken broedplaatsen
voor jong talent te zijn.
Volgens Soulwax-zanger Stephen Dewaele staat het succes van de Belgische
rockbands niet op zichzelf. "In de modewereld heb je de zes van Antwerpen
die op hetzelfde niveau staan als Gucci en Versace. Ook wat betreft theater
en film spreekt Belgieë internationaal een woordje mee. Zo'n film
als C'est arriveé près de ches vous is van wereldformaat.
De opkomst van electro eind jaren tachtig was een puur Belgische aangelegenheid.
Er zijn gewoon veel mensen in dit land die zeggen: 'fuck the mainstream'.
Jacques Brel had dat ook. Hij was één van de eerste rebelllen.
Wat dat betreft zijn wij eigenlijk de kinderen van Jacques Brel."
Dewaele bestempelt Brel dan wel als de geestelijke vader van het Belgische
artistieke leven, maar erkent meteen dat de huidige bloei van rockbands
eerder geïnspireerd is door buitenlandse invloeden dan door de Franstalige
chansons van de twintig jaar geleden overleden nationale held. "Invloeden
uit Engeland, Nederland, Frankrijk en Duitsland zijn in Gent altijd dichtbij.
Als je met een passer een cirkel trekt met Gent als middelpunt dan vallen
Amsterdam, Keulen, Londen en Parijs allemaal binnen een straal van ongeveer
drie-, vierhonderd kilometer", zegt hij. "België is sowieso heel erg
op het buitenland gericht. Wij hadden al 26 tv-kanalen toen er in Nederland
nog maar drie waren. Al jaren laat Studio Brussel zeer verschillende muziekstijlen
horen. Ik ken maar weinig radiostations die zo'n alternatieve en eigenzinnige
smaak hebben en dat laten horen. En iemand als Herman Schuurmans, die
Torhout-Werchter heeft opgezet, heeft ervoor gezord dat buitenlandse bands
al in een vroeg stadium in Belgieë te zien waren."
Kruisbestuivingen
Belgische rocker van het eerste uur Mauroo Pawlowski zei ooit: 'Wat de
Beatles waren voor Engeland en Elvis voor Amerika, dat is de platenwinkel
voor België.' Dewaele kan zich hier volledig in vinden. "De pioniers
achter de electro-muziek van eind jaren tachtig zoals Luc van Acker werkten
gewoon in de juiste platenzaken. Zij signaleerden de nieuwste trends en
namen die meteen mee naar de club zodat het zich snel verspreide. Zelf
zijn wij ook verslaafd aan platenzaken; overal en altijd zijn we op zoek
naar import-vinyl en freaky opnames. Door duizenden platen te beluisteren
en videoclips te bekijken, weet je op den duur hoe het pluggen van een
plaat in z'n werk gaat en wat de invloed van een producer op het geluid
is. Ik denk dat dat zeker van belang is geweest voor het huidige succes
van Soulwax."
Hoewel Soulwax internationaal op doorbreken staat, Das Pop en Gorky een
grote reputatie genieten in het Gentse clubcircuit en het lokale label
Kinky Star onderdak biedt aan bands als De Bossen, Wineguns en Orange
Black, is de muziekscene in Gent vrij beperkt. Het epicentrum van de Belgische
rockexplosie moet worden gezocht in Antwerpen. De diamantstad aan de Schelde
geldt als de bakermat van zeker een dozijn bands.
Een eenduidige stroming met een herkenbaar geluid is niet te onderscheiden
in Antwerpen. Zita Swoons Captain Beefheart-achtige liedjes, de grungy
gitaarpop van Evil Superstars, de mengeling van zigeunermuziek en klassiek
van Die Anarchistische Abendunterhaltung en de kruising tussen Pixies
en mambo die Flowers for Breakfast ten gehore brengt. Ze vertonen grote
stilistische verschillen. Een echte 'scene' in de zin van een georganiseerd
en samenhangend geheel van podia, bands en managers ontbreekt ook in Antwerpen.
Dat neemt niet weg dat binnen een straal van één kilometer
rond de Vlaamse en de Waalse Kaai in Antwerpen-Zuid meer dan tien opmerkelijke
bands actief zijn, een Internet-tijdschrijft over muziek en kunst wordt
gemaakt, zich een handvol open podiumcafé's annex muzikale ontmoetinsplaatsen
bevindt en een groot deel van alle Vlaamse cd-hoezen wordt ontworpen.
Een harde kern van twintig tot dertig muziekanten, die in bijna incestueuze
kruisbestuivingen met elkaar samenwerken, is verantwoordelijk voor het
leeuwendeel van de Antwerpse muziekproductie.
Tom Pintens, gitarist/pianist van Zita Swoon en voorman van Flowers for
Breakfast, woont in een zijstraat van de Vlaamse kaai. Een intercom is
niet aanwezig dus bezoekers moeten wachten tot zijn hoofd met onafscheidelijk
petje door het raam steekt en hij de sleutel naar beneden gooit. De woonkamer
van zijn tweekamer-appartement staat vol met opname-apparatuur, trompetten,
synthesizers en enkele gitaren. In de gang staat een gedemonteerd drumstel.
De telefoon rinkelt non-stop en meerdere malen gaat het raam weer open
om bezoekers de voordeursleutel toe te werpen. "Antwerpen is eigenlijk
een groot dorp", vindt Pintens. "Onze zangeres Tine en de bassist wonen
op loopafstand. Stef Kamil Carlens van Zita Swoon woont hier om de hoek.
Als ik een contrabas of sampler nodig heb dan is dat binnen vijf minuten
geregeld."
Pintens begon Flowers for Breakfast in 1990 met een aantal schoolvrienden
waarmee hij in het plaatstelijke jeugdsymfonieoerkest zat. "Ons allereerste
optreden was op een groot feest in Hoven, vlakbij mijn geboortedorp",
memoreert hij. "Onze grootste ambitie was om koste wat het kost een plaat
op te nemen en te spelen in Antwerpen. Ondertussen hebben we een tweede
cd uitgebracht bij Polygram/Mercury en mikken we op Tohout-Werchter, Pinkpop
en Roskilde. Toch ben ik nog steeds nerveus voor een optreden als we weer
in Antwerpen spelen. Het publiek bestaat vaak voor meer dan een kwart
uit andere muzikanten en die zijn heel kritisch. Iedereen houdt bij wat
de anderen doen. Er heerste een gezonde concurrentie."
Internationaal doorbreken is volgens Pintens een kwestie van uithoudingsvermogen.
"Touren totdat je erbij neervalt. Vooral veel spelen in Engeland is belangrijk.
Als je daar doorbreekt dan volgt de rest van Europa vanzelf", zegt hij.
"Het probleem is alleen dat je met optreden in Engeland niets verdient.
Voor een show in Londen krijgen we misschien driehonderd gulden, net genoeg
voor de benzine en stokbrood met kaas. Om zo'n concert te bekostigen moeten
we heel veel optreden in België en Nederland. Echt commercieel succes
hangt af van hoe vaak je op de radio of tv komt; mensen moeten je muziek
heel veel horen. Toen ik laatst in de supermarkt hier in de buurt een
nummer van ons hoorde, dacht ik: wauw, dit is de manier om mensen te bereiken.
Niet te elitair en ieder uur wordt je liedje herhaald."
Natuurlijke selectie
Ondanks ontelbare optredens per jaar met Zita Swoon en Flowers for Breakfast
en regelmatig sessiewerk voor andere bands, is Pintens enkele maanden
per jaar aangewezen op ondersteuning van de sociale dienst. "Van spelen
word je niet rijk", luidt zijn oordeel. "En als ik thuis zit te componeren
of te repeteren wordt dat niet erkend als werk. Ik moet dus af en toe
gaan stempelen. Ik geem mezelf nog tot m'n dertigste om het op deze manier
te proberen. Als het zo niet lukt kan ik altijd nog in de begeleidingsband
van Helmut Lotti of Marco Borsato gaan spelen."
Simon Lenski, cellist van Die Anarchistische Abendunterhaltung (sinds
de laatste cd afgekort tot DAAU) geeft toe jaloers te zijn op de uitkeringen
die zijn Nederlandse collega's ontvangen. "In België zijn er twee
beroepen die nergens officieel erkend worden: prostitutie en het muzikantschap",
zegt hij. "Wij hebben als band een vereninging zonder winstbejag opgericht
zodat we kleine zelfstandigen zijn. Maar we verdienen minimaal aangezien
we iedere maand vaste lasten moeten betalen, ook als we een half jaar
niet optreden. Een bijbaantje is onmogelijk. We zijn vrijwel alle dagen
van het jaar bezig met repeteren, opnemen en optreden."
Toch heeft het volgens Lenski het gesubsidieerd kunstenaarsschap zoals
dat in Nederladn bestaat ook een negatief effect. "Subsidies en uitkeringen
kunnen creatief belemmerend werken. Nu is het zo dat mensen die zich volledig
voor de muziek willen inzetten wel heel stevig in hun schoenen moeten
staan om het muzikantenbestaan vol te houden. Alleen zij met een heel
sterke drang blijven over. Het werkt als een soort natuurlijke selectiemethode."
Musiceren in België is een continu tegen de stroom opzwemmen. Niet
alleen is het moeilijk om als popmuzikant financieel rond te komen, ook
het artistieke klimaat is niet ideaal. DAAU-accordeonist Roel van Camp:
"Ik denk dat het ontstaan van al die bands hier gezien moet worden als
een bloei uit gemis. Antwerpen is kleinburgelijk en vreselijk saai. De
gemeente organiseert vrijwel niets op cultureel gebied. Toen Antwerpen
in 1993 culturele hoofdstad van Europa was, was er zelfs geen festival.
Een goeie rockzaal heeft de stad ook niet. Zelf hebben we tot nu toe maar
twee keer gespeeld in Antwerpen. Het is typerend dat de meeste Antwerpse
muziek, kunst en mode direct geëxporteerd wordt naar ander delen van
België en het buitenland. De gemiddelde Antwerpenaar zal zich er niet
van bewust zijn dat zijn stad zes internationaal bekende mode-ontwerpers
heeft voortgebracht. Hetzelfde geldt voor de muziek. De Antwerpse scene
betekent meer buiten Antwerpen dan daarbinnen."
Underdogs
"Anouk zal niet samen met haar begeleidingsband zijn begonnen in het repetitiekot
en zich van daaruit omhoog hebben moeten werken. Voor de meeste bands
hier geldt dat wel. Maar zij hebben hun underdog-gevoel weggesmeten en
hebben binnen de beperking een nieuw, fris geluid gevonden."
Christion Pierre van managementbureau Musickness weet waarover hij spreekt
als hij het heeft over 'bij nul beginnen'. Samen met Phillip Eyckmans
organiseerde hij begin jaren negentig vanuit een studentenkamer in Gent
feesten en optredens van bevriende muzikanten. Met niet meer hulpmiddelen
dan een telefoon, een archiefkast en een agenda vol telefoonnumers wierpen
zij zich op als de zaakwaarnemers van onder andere dEUS, A Beatband en
Rudy Trouveé's kunstenaarscollectief Heaven Hotel. Na de ontdekking
van dEUS in de HUMO Rockrally van 1992 waar de band een finaleplaats behaalde,
ging het ook voor hen snel bergopwaarts. Het bureau verhuisde naar een
grotere ruimte en het team werd uitgebreid met drie extra krachten. Vanaf
1997 bestiert Eyckmans de kunstenaarskolonie annex opnamestudio En Frente
Arte aan de Spaanse Costa del Sol en treedt Wim Lenaerts op als partner.
De villa van waaruit Musickness tegenwoordig opereert staat in Zwijndrecht,
een dorp vlak buiten Antwerpen. In de woonkamer zoemen vijf computers
op met paperassen overladen bureau's. In de gang staat een speelgoedracebaan
'voor de ontspanning'. Twee immense, kwijlende honden springen opgewonden
kwispelend tegen iedere bezoeker op. Eén wand van de kantoorruimte
is gereserveerd voor de platen- en cd-hoezen van de bands die Musickness
onder haar hoede heeft. Het rijtje releases van dEUS, het vlaggeschip
van de Musicknessstal, staat ingeklemd tussen platenhoezen van onder andere
Cinérex, Dead Man Ray en DAAU.
"We hebben eerst geprobeerd dEUS via de klassieke weg te promoten door
met de demo langs alle platenmaatschappijen te gaan", vertelt Pierre.
"Aangezien niemand interesse toonde hebben wij zelf toen maar betaald
voor het opnemen van een betere demo. Het platencontract met het Waalse
Bang!-label zijn we eigenlijk iets te enthousiast aangegaan. Het enige
goeie wat daaruit is voortgekomen is dat de band in Engeland kon optreden
in het voorprogramma van Girls Against Boys. Mensen van Island Records
waren daar aanwezig en die waren meteen ge&interesseerd. Toen daar een
platencontract uit voortkwam was de algemene reactie in België er
één van afgunst. Men kon het niet verkroppen dat wij om de
Belgische maatschappijen heen waren gegaan en direct een contract in Engeland
hadden versierd. Het heeft de maatschappijen wel doen inzien dat ze te
weinig risico nemen op het gebied van alternatieve rock. Het Engelse succes
van dEUS heeft de deuren geopend voor een hoop andere bands."
Musickness begeleidt nu een handvol bands, veelal afsplitsingen van groepen
die al eerder onder haar beheer vielen. "We houden het bewust kleinschalig",
licht Lenaerts toe. "Wij werken met z'n vijven gezamelijk voor iedere
groep en kunnen dus maar een beperkt aantal bands begeleiden. We regelen
alle juridische zaken, houden contact met de platenmaatschappij, controleren
de publishing van de muziek en coördineren de optredens. Anders dan
veel managementbureau's besteden we het tourmanagement niet uit aan een
externe organisatie maar doen we alles zelf. Voor een tour ben je al snel
zes tot acht maanden de baan op. Je eet, drinkt en slaapt samen met de
bandleden. Het succes maak je samen."
Zita Swoon: I
paint pictures on a wedding dress (Warner Music, 3984 25087 2)
Flowers for Breakfast: Homebound (Mercury/Polygram, 558 988-2)
DAAU: We need new animals (Sony Music, SK60674)
Soulwax: Much against everyone's advice (Play it again Sam, 450.0360.20)
|